BTW incl. BTW excl.

Onderwerpen

Klei
Welke klei moet ik kiezen?

Een belangrijke factor is wat u met de klei wilt doen. Gaat u draaien, boetseren of gieten?

  • Draaiklei: geen of een zeer fijne chamottekorrel.  De algemene regel is dat voor draaien gladde of zeer fijne klei wordt gebruikt.
  • Boetseerklei: hier kunnen allerlei soorten klei voor dienen, afhankelijk van welk resultaat u wenst te bekomen en de grootte van uw werk.
  • Gietklei: beschikbaar in verschillende soorten en kleuren. 

Onze Colpaert klei is een klei van zeer hoge kwaliteit, sterk gechamotteerd met een verhoogd aluminiumoxydegehalte. Deze klei is uitzonderlijk stabiel tijdens het opbouwen en het bakken.
Er is een draaiklei en er zijn 4 soorten met chamotte, van poederchamotte tot grove korrel.
De CO-GR-WI wordt gebruikt voor grote stevige werken, ook voor tuinsculpturen.
De Colpaert-klei voelt bij een eerste gebruik iets “stugger” aan, waardoor u als het ware moet “leren werken” met deze klei. Maar eens u dit onder de knie heeft zal u versteld staan van zijn stabiliteit.


Welke kleisoorten zijn er?

Er zijn verschillende kleisoorten: Aardewerkklei, Steengoedklei, Porseleinklei, Vuurklei en Ballclay.

  1. Aardewerkklei wordt het meest gebruikt. Aangezien deze klei poreus is na het stoken, dient het werk geglazuurd te worden, zo wordt het waterdicht. Voor handvormen gebruikt men meestal klei met chamotte. Chamotte zijn kleine korreltjes gebakken klei. Die worden aan de klei toegevoegd omdat het stabiliteit aan de klei geeft.
  2. Steengoedklei is een sterke klei. Bij het bakken sintert de klei dicht waardoor de scherf waterdicht wordt. Het glazuren achteraf is voornamelijk decoratief. Voor voedselveilig werk (servies) of werken die weersbestendig moeten zijn wordt het best deze klei gebruikt.
  3. Porseleinklei is het zuiverste en het meeste wit. Het is de fijnste soort, die na het bakken altijd een witte tint heeft. Na het stoken is het zeer sterk en kan het er zelfs transparant uitzien. Aangezien het zo hoogbakkend is, heeft porselein een harde scherf en is het de sterkste soort.
  4. Vuurklei is heel hittebestendig. Deze klei wordt het vaakst gebruikt voor vuurvast materiaal van te maken zoals ovenplaten en stapelmateriaal.
  5. Ballclay wordt zuiver weinig gebruikt, maar kan toegevoegd worden aan andere kleisoorten om deze plastischer te maken. Het kan ook aan glazuren toegevoegd worden als suspensiemiddel. In ons gamma werd het opgenomen bij de basisgrondstoffen.

Afhankelijk van de soort klei is de maximumtemperatuur bepaald. Aardewerk klei wordt gestookt tot ongeveer 1150°C. Steengoedklei vanaf 1200°C. Porselein vanaf 1220°C. De maximumtemperatuur wordt steeds vermeld, aangezien dit zo verschillend is. Het is belangrijk nooit hoger te stoken dan de maximale temperatuur. Bij een te hoge temperatuur smelt de klei en kan uw werk vervormen of stukspringen. 


Wat met chamotte in de klei?

De hoeveelheid chamotte en de grootte van de chamottekorrel bepaalt de structuur van de klei. Hoe meer chamotte of hoe groter de korrel, hoe steviger de klei, waardoor grotere werken mogelijk worden. 

Mogelijkheden:

  • Geen chamotte
  • 0.2-0.5 mm
  • 1-1.5 mm
  • 2-3 mm

De grootte van de chamottekorrel en de hoeveelheid chamotte staat steeds vermeld bij de klei.


Welke kleuren van klei zijn er?

Het kleigamma van Colpaert bevat allerlei kleuren. Afhankelijk van de temperatuur waarop gestookt wordt, zal de kleur lichter of donkerder zijn.
De kleur van een glazuur geeft het beste resultaat op een witte, bleke klei.

Beschikbare kleuren: wit, beige, crème, geel, lila, roze, rood, grijs, antraciet en zwart. Eveneens zijn er kleisoorten met spikkels in. 
Rakuklei is altijd bleek. Door het specifieke stookproces wordt alles wat niet geglazuurd werd zwart.

Afhankelijk van de temperatuur waarop je stookt zal de kleur na het bakken verschillen. Hoe hoger de temperatuur, hoe sterker de kleur zal worden.


Hoe verloopt het droogproces?

Vooraleer de klei gebakken kan worden dient het werk luchtdroog te zijn. Is de klei nog te vochtig, dan gaat het resterende water in de klei koken, verdampen en ontstaan er luchtbellen op de klei. De klei zal opblazen. Indien u niet helemaal zeker bent dat de stukken helemaal luchtdroog zijn, dan kan een droogstook aangewezen zijn. Zie ‘stoken van een oven’ voor meer informatie.

Klei krimpt tijdens het drogen en krimpt nog meer tijdens de stook. Het feit dat klei krimpt is een logisch gevolg van het verdwijnen van het water uit de klei. Hoe hoger gestookt wordt, hoe groter de krimp. Hoe meer chamotte, hoe stabieler de klei, hoe minder krimp. Bij porselein is het vervormen en de krimp groter dan bij steengoed- of aardewerk klei. Het krimppercentage wordt ook vermeld in de brochure.

Risico’s droogproces

Een werk droogt en krimpt nooit gelijkmatig en hierdoor kan er weleens iets mislopen tijdens het droogproces. Wanneer er verschil in droogsnelheid optreedt, komt er spanning op de klei. De klei kan dan scheuren, vervormen, ineenzakken, uiteenvallen,… Deze gevolgen zijn afhankelijk van de gekozen klei, de vorm van het werk, de dikte van de klei en de omgeving.

  • De soort klei heeft een invloed op het droogproces. Vette klei bevat veel water, waardoor de krimp veel groter is dan bij magere klei. Hou hier dus rekening mee voor de duur van het proces.
  • Verpak het werk eventueel in plastiek om het droogproces langzamer te laten verlopen.
  • Gesloten vormen drogen veel trager dan open vormen. Bij open vormen kan de lucht beter aan het werk, waardoor het droogproces sneller verloopt. Tegels en schalen kunnen opkrullen bovenaan omdat de bovenkant het snelste droog is en dus eerst krimpt waardoor de onderkant vervormt. Ondersteboven laten drogen van werkstukken kan hier een oplossing voor zijn, maar laat eerst de randen hard worden zodat het werk niet vervormt bij het omdraaien.
  • Een dikke wand klei zal eerst langs buiten drogen en dan pas de binnenkant. Hierdoor kunnen barsten ontstaan. Ook zullen uitstekende stukken eerder drogen dan het geheel. Die kunt u afzonderlijk inpakken om gelijkmatiger te laten drogen.
  • Leg platte werken op krantenpapier of een gipsplaat, zo kan het vocht langs onder weg.
  • Het is belangrijk om het werk te laten drogen in een ruime plaats die niet te vochtig, maar ook niet te droog is. Ook beter niet op een plek waar er tocht of een warmtebron aanwezig is, zodat het droogproces gelijkmatig kan verlopen, in een stabiel klimaat. Plaats het werk niet in de zon of te dicht bij een muur. Draai het werk af en toe rond eigen as om alle wanden tegelijk te laten drogen.

Hoe moet ik de klei bewaren?

Klei bewaart het best in een gesloten plastiekzak. Om zeker te zijn dat alles luchtdicht verpakt zit, kunt u alles in een emmer met deksel steken. Zo blijft de klei eindeloos goed. Als de klei te droog wordt kunt u ze bevochtigen en het nog even laten staan zodat het vocht er kan intrekken. Er kan schimmel op de klei komen, maar dit heeft geen nadelige gevolgen voor de bruikbaarheid van de klei. Klei kan niet tegen vrieskou, dus bewaren op een plaats boven 0°C.


Toon meer >>
Pigmenten
Wat zijn pigmenten?

Pigmenten koop je in poedervorm. In de kleur die behouden blijft na het stoken. Alle kleuren zijn onderling mengbaar. Hoe meer pigment je gebruikt, hoe intenser de kleur zal worden.

Welke kleur je kiest is afhankelijk van eigen voorkeur en budget. De kostprijs van het pigment is dan weer afhankelijk van welke materialen er in het pigment zitten.


Hoe stook ik met pigmenten?

Hoger stoken dan de aangegeven maximumtemperatuur mag niet, het pigment gaat dan verbranden. Hoe hoger je het pigment stookt, hoe intenser de kleur zal worden. De maximumtemperatuur staat steeds vermeld op de verpakking.

Het eenvoudigste is werken met pigmenten met zeer hoog bereik. Zo hoef je geen rekening te houden met de maximum temperatuur van het pigment, maar enkel van de klei of het glazuur.


Wat is het verschil tussen een body stain en een glaze stain?

Vroeger was er een verschil in korrelgrootte tussen de body stain (om klei te kleuren) en glaze stain (om het glazuur te kleuren). Nu is dit verschil te verwaarlozen. Wel zijn de body stains vaak wat lichter van kleur, terwijl de glaze stains een fellere kleur geven. Je kan deze soorten ook door elkaar gebruiken.


Hoe kan je pigmenten aanbrengen of gebruiken?

Er zijn verschillende gebruiksvormen van pigmenten:

  • Droog op natte klei
  • Inkleuren van klei
  • In (op-, onder-)glazuur
  • Keramische potloden of kleikrijten
  • Engobes

Op natte klei: Met een brede kwast (hake borstel) droog pigment op natte klei aanbrengen. Niet teveel pigment gebruiken en stofmasker dragen voor opwaaiende pigmentdeeltjes. Geen druk zetten op de borstel om geen afdruk te maken in de klei en te zorgen dat de borstel droog blijft. Je kan als het ware ‘schilderen’ op de klei.

Tape, papier of sjablonen kunnen gebruikt worden om uitsparingen in de klei te maken waar je geen pigment wil hebben. De klei kan achteraf nog bewerkt worden met een mesje of naald (tekst in schrijven, patronen uit kerven,…).

 

Zelf klei kleuren: Alle kleitechnieken (draaien, handvormen, mallen, kleiplaten,…) zijn mogelijk bij gekleurde klei. Opletten voor het opwaaien van glazuur. Ook kan het kleurpigment ervoor zorgen dat de klei sneller uitdroogt, de plasticiteit van de klei kan minder worden. Water toevoegen helpt hier niet bij.

Er zijn recepten te vinden om een kleurenpasta te maken met het kleurpigment zodat dit beter opgenomen wordt in de klei.
Let steeds op met de maximum stooktemperatuur van het kleurpigment, dat deze niet onder de maximum stooktemperatuur van de klei ligt.

Glazuur: Er zijn allerlei recepten te vinden om met pigmenten een glazuur te maken. Starten kan met een transparant of mat poederglazuur of eenvoudiger: met kant-en-klaar glazuur (vloeibaar) en pehatine.

Pehatine zorgt ervoor dat het glazuur niet gaat uitzakken, goed blijft zitten en makkelijk kwastbaar is.

Hoe Pehatine gebruiken: verdunnen 1 op 2 = 1 deel Pehatine, 2 delen water. Schudden en klaar. Hoe meer pehatine toegevoegd aan het glazuur; hoe ‘waterachtiger’ het zal zijn. Hoe minder pehatine, des te dekkender het glazuur zal zijn.

Een eenvoudig glazuur-recept: 2 maatlepels pigment en 2 maatlepels glazuur. Mengen met aangemaakte Pehatine volgens gewenste kwastbaarheid (gemiddeld 10 maatlepels).


Kan ik eigen kleuren mengen?

Ja, dat is net zo leuk aan pigmenten. Met de 3 primaire kleuren (rood, geel en blauw) en 3 steunkleuren (zwart, violet en mengwit) kan je alle kanten opgaan.

Begin steeds met de lichtste kleur. Voeg daar telkens kleine hoeveelheden (penseelpunt) pigment aan toe en meng goed door. Transparante plastic bakjes zijn hierbij handig aangezien zo het gemengde kleur goed te zien is. Maak zelf kleurenstudies om te zien welke mengelingen jouw voorkeur genieten.


Ovens
Welke soorten ovens bestaan er?

We kennen grofweg twee soorten ovens.

  1. Ovens die we uitsluitend buiten kunnen stoken, zoals houtovens, veldovens, rakuovens etc.
  2. Ovens die we, met de nodige ventilatie, binnen kunnen stoken, zoals elektrische ovens en gasovens.

De meest gebruikte oven om keramiek te bakken is een elektrische oven. Vroeger werden de elektrische ovens gestookt met segerkegels (temperatuurstaafjes) en een regelknop. Deze temperatuurstaafjes, in diverse temperaturen te koop, branden door als de bepaalde temperatuur in de oven is bereikt. Bij dit soort “temperatuurregelaars” hebben we geen invloed op het stookproces en krijgen we geen foutmeldingen als er iets mis gaat in het stookproces of de oven.

De moderne elektrische oven heeft een computer die je ovenstook helemaal automatisch regelt. Ook dient deze computer voor het bewaken van een veilig stookproces. Indien er zich iets onverhoopt voordoet in het stookproces of de oven, geeft de computer een foutmelding en schakelt de oven uit. Deze ovens zijn gemaakt van “lichte” ovenstenen die nauwelijks warmte opnemen en dus een laag energieverbruik hebben ten opzichte van de ovens met “zware” stenen. Ook kan er een keramisch ovendeken gebruikt worden, wat goed isolerend werkt en de energiekosten drukt. Een ovendeken slijt sneller dan ovensteen en bij slijtage is het schadelijk voor je gezondheid om de dampen er van in te ademen.


Welke oven kies ik het best?

Voor de keuze van een oven zijn een aantal factoren van belang, zowel persoonlijk als praktisch. Bekijk goed wat de mogelijkheden en opties zijn die u verlangt van een oven. Vraag advies aan uw elektricien om te bekijken of de capaciteit die u voor ogen hebt wel overeenkomt met de mogelijkheden van uw elektriciteitsvoorziening.


Hoe dien ik het ovenmateriaal te gebruiken?

Ovenplaten: Voordat je ovenplaten gaat gebruiken kun je ze het beste insmeren met een keramiek- en ovenplaatbeschermer. Deze zijn kant en klaar in de handel (vb. Batwash), kun je goed aanbrengen met de kwast en beschermen je ovenplaten tegen gemorst glazuur, slib of keramische verf. Je kunt het ook zelf maken vanuit aluminiumoxide, maar dit is zeer moeilijk kwastbaar. Behandel enkel de bovenzijde.

Ovensteun: Ovensteunen kun je gebruiken om te stapelen. Zet op een ovenplaat maximaal 3 ovensteunen.

Zorg ervoor dat alle ovensteunen bij een grotere stapeling onder elkaar staan, voor een stabiele constructie en het voorkomen van plaatbreuk. Tussen het werk en een (volgende) ovenplaat, evenals tussen de ovenplaat en de oven zelf, moet een ruimte zijn van minstens 4 cm om een optimale circulatie te bekomen.

Triangels: Is uw werk ook aan de onderkant voorzien van glazuur of slib met een hoog glazuurgehalte, bescherm uw ovenplaten goed en zet uw werk op keramische of metalen triangels. Keramische triangels zijn eenmalig in gebruik. De kleine scherp puntjes breken bij verwijdering af. Zorg er voor dat u zich niet verwond aan scherp uitstekende restjes van de keramisch triangel. Een slijpsteentje doet wonderen!

Metalen triangels kunt u makkelijk verwijderen van uw werk. Het laat een paar kleine puntjes achter. Let ook hier op scherpe puntjes van het glazuur. Eventueel afwerken met een slijpsteentje.

Verwarmingselement: Verwarmingselementen in je oven verliezen na verloop van tijd hun kracht, ook bij normaal gebruik van de oven. Een toptemperatuur is dan moeilijk te halen en de stook duurt onnodig lang. Spiralen kunnen bij uw leverancier vervangen worden. Ook kunnen zij vaak een meting doen hoe uw spiralen er voor staan.

Ook heeft uw oven “gewoon” onderhoud nodig. De groeven waarin de ovenspiralen liggen moet goed schoon blijven. Deze groeven kun je met een stofzuiger reinigen, maar wees voorzichtig bij de aansluiting en doorvoer van deze elementen.


Hoe moet ik de oven inladen?

Biscuitoven: Het werk moet goed worden verdeeld, maar mag wel tegen elkaar komen of in elkaar gezet worden. Er zit immers geen glazuur of het werk. Hou het werk wel 3 cm van de ovenwand verwijderd voor een goede circulatie en laat geen werk “overhangen” op een ovenplaat.

Glazuuroven: Ook hier moet het werk goed worden verdeeld en genoeg tussenruimtes tussen de voorwerpen aanwezig zijn. Zorg dat je ovenplaten zijn ingesmeerd met ovenplaatbeschermer of bestrooid zijn met zilverzand om afdruipend glazuur of “stookfoutjes” op te vangen.

Als u echter porseleinverf wilt stoken, is het van belang de oven zo stofvrij mogelijk te houden.


Waar moet ik rekening mee houden bij het stoken?

Zorg dat al het werk goed droog is voor je een oven gaat stoken. Dit geldt zowel voor een biscuit- als een glazuurstook. Zo nodig eerst een droogstookprogramma uitvoeren in je computergestuurde oven.

Zorg er voor dat je ventilatiegat in de oven (als dat aanwezig is) goed openstaat. Het aanwezige vocht kan dan zo ontsnappen en zorgt voor een behoud van de oven, voor zowel de spiralen als voor de metalen buitenkant van de oven. Ook de ovenruimte moet je goed ventileren. Stook nooit in een slaapkamer of andere leefomgeving. Zorg altijd voor voldoende ventilatie. Bij het stoken van een oven kunnen zich schadelijke en giftige dampen ontwikkelen uit de (verontreinigde) klei, je slib of het glazuur.

De stooktemperatuur is afhankelijk van de soort klei die gebruikt werd. De maximumtemperatuur staat steeds vermeld op het etiket.


Bestaan er standaard stookschema's?

Eerste gebruik van de (lege) oven

Voordat u de oven wilt gaan gebruiken, stookt u de oven één keer zonder inhoud en doet u één keer een biscuitstook. Instoken is nodig om de spiralen een beschermende oxidelaag te geven, wat de levensduur van de spiralen aanzienlijk verlengt. Doe de eerste stook met een geheel lege oven, bij de tweede stook kunt u de oven vullen met biscuitwerk.

 

In 10 uur naar 650°C

In 2 uur naar 900°C

 

Droogstook

Indien je niet helemaal zeker bent dat je stukken helemaal luchtdroog zijn of je hebt een aantal zware en dikkere stukken te bakken, dan kan een droogstook aangewezen zijn. Om breuk van uw ovenplaten te voorkomen is het belangrijk om de ovenplaten ook droog te stoken.

 

In 1 uur naar 0°C-90°C

Pendelperiode op 90°C, aanhouden onder de 100°C om stoomvorming te vermijden.

 

Biscuitstook

In deze stook verbrand alle verontreiniging in de klei, wat een langzaam proces is. Gemiddeld duurt een biscuitbak tussen de 8 en de 15 uren. Bij deze verbranding is zuurstof nodig, dus ventileer de oven (en de ovenruimte) goed. Gaat de biscuitstook te snel, dan zijn er nog resten koolstof aanwezig, ingesloten in de scherf. Problemen bij sintering van de scherf en/of bij het glazuren kunnen het gevolg zijn. Biscuitstoken (met witte klei) is aan te raden rond de 1000°C. Bij (later) gebruik van kwastglazuren en slibs (kant en klaar of zelf gemaakt vanuit hulpstoffen/ Pehatine) is een hogere biscuitstook aan te raden, rond de 1020°C of zelf 1040°C (zie bij kant-en-klare glazuren de verpakkingsinfo).

 

In 6,5 uur naar 650°C

Doorstoken naar 900°C-1000°C

20 minuten pendelen

 

Glazuurstook

Een glazuurstook gaat in principe altijd naar een hogere temperatuur dan de biscuitstook. Is dit niet het geval, dan kunnen er haarscheurtjes ontstaan omdat het

glazuur wel krimpt en de scherf niet meer.

Een glazuurstook kun je probleemloos met 150°C per uur opstoken tot 600°C en daarna doorstoken naar je toptemperatuur met 180°C per uur.

Zorg er wel altijd voor dat ook bij de glazuurstook je werk helemaal droog is. Bij twijfel eerst een droogstook-

programma uitvoeren.

 

In 4-5 uur naar 650°C

Doorstoken naar +/- 1050°C (voor aardewerk) of +/- 1250°C (voor steengoed)

Pendelen tot 20 minuten

 

TIP!

Rood, bruin- en zwartbakkende (aardewerk) klei kun je beter op 950°C biscuitstoken. Op deze temperatuur is deze gekleurde scherf al aardig dichtgesinterd. Hoger stoken zou het glazuur bemoeilijken.


Inrichting
Wat is een goede inrichting voor een atelier?

Ruimte

Ideaal is een ruimte die vorstvrij is, reeds voorzien is van een elektriciteitsaansluiting en watervoorziening en zich op de begane grond bevindt. De vloer is best niet poreus, zo is het dweilen van de ruimte mogelijk. Het drogen van de klei brengt veel stof met zich mee. Stofzuigen is geen goed idee aangezien al het stof dan terug in de lucht geblazen wordt. Polybeton, vinyl of linoleum vloeren zijn goede opties. Onder de oven moet de vloer echter brandwerend zijn. Ook de muur achter de oven en het plafond erboven moeten hittebestendig zijn.

Meubilair

Voorzie voldoende ruimte om meubilair te plaatsen, naast de eigen apparatuur (oven, draaischijf, kleiwals, …). Kies voor stevig meubilair. Een werktafel met een houten, glad maar onbewerkt blad boven polshoogte (tot 15 cm onder de elleboog) is ideaal om ergonomisch te werken. Een goede kruk bij de draaischijf is eveneens essentieel.

Opslag

Installeer een handig rek om werken op te laten drogen en voor het opslaan van materiaal. Een stellingskast met uitneembare planken is hiervoor ideaal. Zo kan de hoogte per plank aangepast worden.

Sla grondstoffen en glazuren op in goed afgesloten verpakkingen met de inhoud beschreven op het etiket. Zorg dat alles hoog genoeg, buiten het bereik van kinderen staat.


Heb ik ventilatie nodig?

Het ventileren van de ruimte is nodig wanneer de oven in gebruik is (een raam of deur open zetten voor frisse lucht). Werk sowieso niet in de ruimte wanneer de oven in gebruik is. Afzuiging is pas nodig indien de ventilatie ontoereikend is of indien u wenst glazuur te spuiten (spuitcabine).


Moet ik een hogere elektriciteitscapaciteit laten aanleggen?

Voor elektrische ovens is het uiteraard belangrijk om een goede en betrouwbare elektriciteitsvoorziening te hebben.

Bij onze elektrische ovens heeft u de keuze tussen de 220 V en sterkstroom ovens. Voor de sterkstroom zal er dus een aanpassing moeten gedaan worden. Vraag advies aan uw elektricien om te bekijken of de capaciteit die u voor ogen hebt wel overeenkomt met de mogelijkheden van uw elektriciteitsvoorziening.


Hoe maak ik mijn atelier veilig?

Brandveiligheid is zeer belangrijk! Zorg ervoor dat er een brandblusapparaat of branddeken in het atelier aanwezig is. Laat na gebruik van de oven de oven volledig afkoelen. Dit niet alleen om uw werk niet stuk te maken maar ook om brandwonden te vermijden.

Voorzie een klein EHBO-kistje met verband, pleisters, kompressen, ontsmettingsmiddel, schaar en pincet. Bewaar dit op een propere, stofvrije plaats.

Draag beschermende kledij wanneer dit nodig is (beschermingspak, handschoenen, veiligheidsbril, ...). We hebben verschillende veiligheidsmaterialen in ons assortiment.

H-en P-zinnen: Gevaarlijke stoffen moeten volgens de voorschriften gebruikt en bewaard worden. Op de verpakking staan de pictogrammen vermeld.

Hou sowieso alle producten uit het bereik van kinderen (op hoogte zetten, op slot doen). Zorg ook steeds dat toestellen uitgeschakeld zijn of niet bereikbaar zijn voor kinderen.


Website
Ik wil me registreren

Klik rechts bovenaan op Inloggen. Vul vervolgens uw email adres in bij Account aanmaken. Klik op Account aanmaken en vul uw gegevens in.


Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Klik rechts bovenaan op Inloggen. Klik vervolgens bij Al geregistreerd? op Wachtwoord vergeten. Geef het gebruikte email adres op en klik op Wachtwoord opvragen. 


Hoe pas ik mijn wachtwoord aan?

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn persoonlijke gegevens. Geef het huidig wachtwoord in, het nieuw wachtwoord en bevestig door nogmaals het nieuw wachtwoord op te geven. Klik op Opslaan.


Hoe pas ik adressen in mijn account aan?

Ik wil een adres toevoegen aan mijn account

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onderaan op de groene knop Voeg een nieuw adres toe.

Ik wil een adres aanpassen

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onder het aan te passen adres op Bijwerken. Pas het adres naar wens aan en klik op Opslaan.

Ik wil een adres verwijderen

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onder het gewenste adres op Verwijderen.


Hoe voeg ik mijn BTW nummer toe aan mijn account?

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onder het gewenste adres op Bijwerken of Voeg een nieuw adres toe (indien het adres nog niet aangemaakt werd). Vul de bedrijfsnaam in en het vak voor BTW-nummer verschijnt. Geef het BTW nummer in zoals hier: BE0837754851. Sla op.


Ik heb een waardebon ontvangen. Hoe kan ik die gebruiken?

Vul uw winkelmandje met de gewenste producten. Ga naar het winkelwagentje wanneer uw bestelling klaar is. Geef onder de artikelen bij Waardebonnen de unieke code in die op uw waardebon staat en klik op Oké. U zult zien dat het bedrag van de waardebon afgetrokken wordt.

Ik heb een waardebon slechts gedeeltelijk gebruikt, hoe kan ik het resterende bedrag gebruiken?

Ga naar Mijn account. Klik op 'Mijn kortingsbonnen'. Daar ziet u de code staan die u kunt gebruiken, gevolgd door het resterende bedrag.


Toon meer >>