BTW incl. BTW excl.

Onderwerpen

Klei
Welke klei moet ik kiezen?

Een belangrijke factor is wat u met de klei wilt doen. Gaat u draaien, boetseren of gieten?

  • Draaiklei: geen of een zeer fijne chamottekorrel.  De algemene regel is dat voor draaien gladde of zeer fijne klei wordt gebruikt.
  • Boetseerklei: hier kunnen allerlei soorten klei voor dienen, afhankelijk van welk resultaat u wenst te bekomen en de grootte van uw werk.
  • Gietklei: beschikbaar in verschillende soorten en kleuren. 

Onze Colpaert klei is een klei van zeer hoge kwaliteit, sterk gechamotteerd met een verhoogd aluminiumoxydegehalte. Deze klei is uitzonderlijk stabiel tijdens het opbouwen en het bakken.
Er is een draaiklei en er zijn 4 soorten met chamotte, van poederchamotte tot grove korrel.
De CO-GR-WI wordt gebruikt voor grote stevige werken, ook voor tuinsculpturen.
De Colpaert-klei voelt bij een eerste gebruik iets “stugger” aan, waardoor u als het ware moet “leren werken” met deze klei. Maar eens u dit onder de knie heeft zal u versteld staan van zijn stabiliteit.


Welke kleisoorten zijn er?

Er zijn verschillende kleisoorten: Aardewerkklei, Steengoedklei, Porseleinklei, Vuurklei en Ballclay.

  1. Aardewerkklei wordt het meest gebruikt. Aangezien deze klei poreus is na het stoken, dient het werk geglazuurd te worden, zo wordt het waterdicht. Voor handvormen gebruikt men meestal klei met chamotte. Chamotte zijn kleine korreltjes gebakken klei. Die worden aan de klei toegevoegd omdat het stabiliteit aan de klei geeft.
  2. Steengoedklei is een sterke klei. Bij het bakken sintert de klei dicht waardoor de scherf waterdicht wordt. Het glazuren achteraf is voornamelijk decoratief. Voor voedselveilig werk (servies) of werken die weersbestendig moeten zijn wordt het best deze klei gebruikt.
  3. Porseleinklei is het zuiverste en het meeste wit. Het is de fijnste soort, die na het bakken altijd een witte tint heeft. Na het stoken is het zeer sterk en kan het er zelfs transparant uitzien. Aangezien het zo hoogbakkend is, heeft porselein een harde scherf en is het de sterkste soort.
  4. Vuurklei is heel hittebestendig. Deze klei wordt het vaakst gebruikt voor vuurvast materiaal van te maken zoals ovenplaten en stapelmateriaal.
  5. Ballclay wordt zuiver weinig gebruikt, maar kan toegevoegd worden aan andere kleisoorten om deze plastischer te maken. Het kan ook aan glazuren toegevoegd worden als suspensiemiddel. In ons gamma werd het opgenomen bij de basisgrondstoffen.

Afhankelijk van de soort klei is de maximumtemperatuur bepaald. Aardewerk klei wordt gestookt tot ongeveer 1150°C. Steengoedklei vanaf 1200°C. Porselein vanaf 1220°C. De maximumtemperatuur wordt steeds vermeld, aangezien dit zo verschillend is. Het is belangrijk nooit hoger te stoken dan de maximale temperatuur. Bij een te hoge temperatuur smelt de klei en kan uw werk vervormen of stukspringen. 


Wat met chamotte in de klei?

De hoeveelheid chamotte en de grootte van de chamottekorrel bepaalt de structuur van de klei. Hoe meer chamotte of hoe groter de korrel, hoe steviger de klei, waardoor grotere werken mogelijk worden. 

Mogelijkheden:

  • Geen chamotte
  • 0.2-0.5 mm
  • 1-1.5 mm
  • 2-3 mm

De grootte van de chamottekorrel en de hoeveelheid chamotte staat steeds vermeld bij de klei.


Welke kleuren van klei zijn er?

Het kleigamma van Colpaert bevat allerlei kleuren. Afhankelijk van de temperatuur waarop gestookt wordt, zal de kleur lichter of donkerder zijn.
De kleur van een glazuur geeft het beste resultaat op een witte, bleke klei.

Beschikbare kleuren: wit, beige, crème, geel, lila, roze, rood, grijs, antraciet en zwart. Eveneens zijn er kleisoorten met spikkels in. 
Rakuklei is altijd bleek. Door het specifieke stookproces wordt alles wat niet geglazuurd werd zwart.

Afhankelijk van de temperatuur waarop je stookt zal de kleur na het bakken verschillen. Hoe hoger de temperatuur, hoe sterker de kleur zal worden.


Hoe verloopt het droogproces?

Vooraleer de klei gebakken kan worden dient het werk luchtdroog te zijn. Is de klei nog te vochtig, dan gaat het resterende water in de klei koken, verdampen en ontstaan er luchtbellen op de klei. De klei zal opblazen. Indien u niet helemaal zeker bent dat de stukken helemaal luchtdroog zijn, dan kan een droogstook aangewezen zijn. Zie ‘stoken van een oven’ voor meer informatie.

Klei krimpt tijdens het drogen en krimpt nog meer tijdens de stook. Het feit dat klei krimpt is een logisch gevolg van het verdwijnen van het water uit de klei. Hoe hoger gestookt wordt, hoe groter de krimp. Hoe meer chamotte, hoe stabieler de klei, hoe minder krimp. Bij porselein is het vervormen en de krimp groter dan bij steengoed- of aardewerk klei. Het krimppercentage wordt ook vermeld in de brochure.

Risico’s droogproces

Een werk droogt en krimpt nooit gelijkmatig en hierdoor kan er weleens iets mislopen tijdens het droogproces. Wanneer er verschil in droogsnelheid optreedt, komt er spanning op de klei. De klei kan dan scheuren, vervormen, ineenzakken, uiteenvallen,… Deze gevolgen zijn afhankelijk van de gekozen klei, de vorm van het werk, de dikte van de klei en de omgeving.

  • De soort klei heeft een invloed op het droogproces. Vette klei bevat veel water, waardoor de krimp veel groter is dan bij magere klei. Hou hier dus rekening mee voor de duur van het proces.
  • Verpak het werk eventueel in plastiek om het droogproces langzamer te laten verlopen.
  • Gesloten vormen drogen veel trager dan open vormen. Bij open vormen kan de lucht beter aan het werk, waardoor het droogproces sneller verloopt. Tegels en schalen kunnen opkrullen bovenaan omdat de bovenkant het snelste droog is en dus eerst krimpt waardoor de onderkant vervormt. Ondersteboven laten drogen van werkstukken kan hier een oplossing voor zijn, maar laat eerst de randen hard worden zodat het werk niet vervormt bij het omdraaien.
  • Een dikke wand klei zal eerst langs buiten drogen en dan pas de binnenkant. Hierdoor kunnen barsten ontstaan. Ook zullen uitstekende stukken eerder drogen dan het geheel. Die kunt u afzonderlijk inpakken om gelijkmatiger te laten drogen.
  • Leg platte werken op krantenpapier of een gipsplaat, zo kan het vocht langs onder weg.
  • Het is belangrijk om het werk te laten drogen in een ruime plaats die niet te vochtig, maar ook niet te droog is. Ook beter niet op een plek waar er tocht of een warmtebron aanwezig is, zodat het droogproces gelijkmatig kan verlopen, in een stabiel klimaat. Plaats het werk niet in de zon of te dicht bij een muur. Draai het werk af en toe rond eigen as om alle wanden tegelijk te laten drogen.

Hoe moet ik de klei bewaren?

Klei bewaart het best in een gesloten plastiekzak. Om zeker te zijn dat alles luchtdicht verpakt zit, kunt u alles in een emmer met deksel steken. Zo blijft de klei eindeloos goed. Als de klei te droog wordt kunt u ze bevochtigen en het nog even laten staan zodat het vocht er kan intrekken. Er kan schimmel op de klei komen, maar dit heeft geen nadelige gevolgen voor de bruikbaarheid van de klei. Klei kan niet tegen vrieskou, dus bewaren op een plaats boven 0°C.


Toon meer >>
Glazuur
Waarom glazuren en welke soorten bestaan er?

Glazuur is een glasachtige substantie die wordt aangebracht op een keramische ondergrond. Het aanbrengen van glazuur kan dienen als:

  • Verfraaiing van het keramisch stuk.
  • Bescherming van het keramisch voorwerp. We denken hierbij aan vb. gebruiksgoed.
  • Om een voorwerp waterdicht te maken. Let wel, bij een goeie kleisamenstelling - steengoedklei of porseleinklei - kan je het werkstuk zo hoog bakken dat het waterdicht wordt. We spreken dan van versinteren.
  • Versterking van het stuk. De mechanische sterkte neemt toe na het glazuren. Glazuur zorgt voor een betere conservering (slijtvast) van gebakken klei en verhoogt de weersbestendigheid.

Bestanddelen
Een glazuur bestaat uit 3 soorten bestanddelen.

  • De glasmakers: siliciumoxyde, bariumoxyde en ook soms fosforpentoxyde.
  • Stabilisatoren: aluminiumoxide, afkomstig uit klei of veldspaten.
  • Vloei- of smeltmiddelen: alkaliën of aardalkaliën.

Maken van een glazuur, engobe, sinterengobe
Weeg de grondstoffen droog af. Gemiddeld neemt men een verhouding van 1 deel poeder op 1 deel vloeistof. Voor engobes geldt de verhouding 1 kg poeder op 0,6 à 0,8 liter vloeistof. Door toevoeging van een hulpstof verbetert de kwaliteit van het glazuur aanzienlijk. Vaak wordt hiervoor Pehatine of CMC gebruikt (maakt poederglazuur of engobe goed kwastbaar en veegvast, heeft een anti craquelerende werking en het voorkomt het uitzakken van het glazuur).
Dus: 1 deel poeder + 1 deel vloeistof (2 delen water + 1 deel Pehatine) = een “goed” glazuur.

Het glazuur moet iets vloeibaarder zijn dan room. De dikte hangt ook af van de manier waarop je het glazuur op het werkstuk zal aanbrengen (dompelen, spuiten, penselen, gieten).

Zeven van glazuur, engobes, sinterengobes
Voor we de glazuur of (sinter)engobe op het werkstuk aanbrengen zullen we die eerst zeven. Er zijn hiervoor speciale zeven, met mesh nummers. Hieronder vind je de nummers van de zeef, de dikte van de zeef in milli-meter en de methode die je erna kan toepassen:

  • 60/80: kwasten, dompelen en gieten
  • 80/100/120: spuiten, kwasten, gieten of dompelen (als een meer homogeen resultaat gewenst is)

Aanbrengen van glazuur
Het aanbrengen van glazuur gebeurt meestal op biscuitgebakken (950°C-1050°C) werkstukken. Het biscuitbakken heeft enkele voordelen:

  • De biscuitbak bevrijdt de scherf van veel vluchtige en schadelijke bestanddelen.
  • Het maakt het werkstuk makkelijker hanteerbaar.
  • Het maakt het werkstuk bestendig tegen het opnieuw bevochtigen met de glazuursubstantie.

Methodes om glazuren aan te brengen
Er zijn verschillende methodes om te glazuren, elke methode vergt veel oefening. Bij kleine voorwerpen is dompelen in het algemeen de beste en snelste
methode. Iets groter, nog hanteerbare voorwerpen kan je doeltreffend overgieten. Hele grote werkstukken worden dan weer het best gespoten of het glazuur kan er ook met een kwast op worden aangebracht.
Voor het spuiten van glazuur heb je een installatie nodig en het aanschaffen van zo een installatie (spuit, compressor, spuitcabine met afzuiginstallatie) is een dure aangelegenheid en je hebt er voldoende plaats voor nodig.


Wat is Pehatine en hoe gebruik ik het?

Pehatine is een  kant en klare toevoeging, een wittige, gladde, dik vloeibare yoghurtachtige substantie. Het heeft naast een goede lijmende werking ook de eigenschappen dat het glazuur of engobes niet laat uitzakken. Het vermindert de vorming van craquelé en maakt een aangemaakte substantie goed kwastbaar zonder het ontstaan van strepen, op zowel gebakken als ongebakken scherf.

Het geeft aan een glazuur of engobe een langer drogingsproces waardoor het oppervlak de tijd krijgt zich volledig strak te trekken. Het is aangemaakt (in een glazuur of engobe) lang houdbaar.

Hoe Pehatine aanmaken

  1. Neem een lege waterfles van 1.5 liter
  2. Giet het flesje pehatine (500 ml) in de fles
  3. Voeg 1 liter water toe
  4. Goed mengen
  5. Gebruiksklaar!

Reken op ongeveer 1 liter aangemaakte pehatine voor 1 kg poederglazuur (afhankelijk van de gewenste dikte). 

Aanmaken van glazuur en engobes

U kunt nu uw glazuur of engobe aanmaken zoals u gewend was. In plaats van water gebruikt u nu de aangemaakte Pehatine, tot de gewenste dikte. Eventueel zeven indien nodig (mesh 60 of 80).

Opbrengen van glazuur en engobes

Met een brede zachte kwast (Japanse spalter of Haké kwast), het glazuur of engobe in één of meerder lagen over elkaar aanbrengen. Elke laag goed laten drogen.


Hoe maak ik een poederglazuur aan?

Poederglazuur wordt aangemaakt met vloeistof + glazuurpoeder.

Om het bezinken van het glazuur tegen te gaan kan je best pehatine toevoegen aan het water (1/3 pehatine en 2/3 water). Hierdoor is het ook makkelijker te kwasten en wordt het glazuur ook veegvast. Dit heeft als voordeel dat er geen vingerafdrukken in de gebakken glazuur staan.

Je kan ook zelf een ‘moederoplossing’ maken in plaats van te werken met water en pehatine. Dit is handig als je een grote hoeveelheid glazuur wilt aanmaken bvb voor het dompelen. Dit komt voordeliger uit dan de kant en klare pehatine, maar het vraagt even tijd om het aan te maken.

Hier vind je het recept:

13 l warm water
20 gr peptapon
20 gr bentone EW
50 gr giessfix
10 cc Noval K

Bereiding:

Neem het warm water
Voeg daar alle droge afgewogen grondstoffen aan toe
Laat 1 nacht staan
Een half uur mixen met de gietkleimixer
Door een zeef van 80 mesh gieten
In gesloten flessen of emmer bewaren

 

Als geheugensteuntje kan je ervan uitgaan dat je 1 kg glazuuurpoeder per liter vloeistof nodig hebt. Begin alvast met een deel aan te maken, je kan nog steeds meer vloeistof toevoegen tot je de gewenste dikte bekomt. Algemeen wordt aangenomen om de dikte van een drinkyoghurt te gebruiken. Kijk vooral wat voor jou het prettigst werkt. De dikte kan verschillen of je gaat kwasten, dompelen of spuiten. Je kan ook werken met een densiteitsmeter zodat je steeds dezelfde dikte hebt. Dit is makkelijk als je steeds met hetzelfde glazuur werkt. Het litergewicht ligt vaak tussen 1.4 à 1.5 kg per liter.

Meng goed en zeef het glazuur (mesh 60 of 80). Poederglazuren met effect ga je best niet zeven want het effect blijft in de zeef hangen. Laat je glazuur een nachtje rusten alvorens je het gaat gebruiken.

Alvorens het glazuur te gebruiken is het best om nog eens flink te doorroeren en te zeven. Bewaar je glazuur steeds in een afgesloten emmer of pot.

 

Nog enkele tips om tot een goed resultaat te komen:

  • We raden aan om je biscuit te stoken op 1000 à 1020°, op deze temperatuur zijn alle gassen uit je klei en heb je minder kans op glazuurfouten. Hou steeds rekening met het stooktemperatuur van je glazuur en de maximum temperatuur van je klei.

  • Zorg dat de bodem van je werk steeds glazuurvij is. Dit kan je doen door koudwas aan te brengen op de delen die niet geglazuurd worden. De koudwas bakt gewoon weg. Zorg ook steeds met een voor een glazuurvrij randje aan de buitenkant, zeker bij lopende glazuren.
     
  • Gebruik voor het kwasten goed absorberende penselen (zoals de haké kwast met reservoir) zodat je lange borstelsteken kan maken
     
  • Voor het spuiten maak je het glazuur best vloeibaarder. Spuit het pistool na gebruik schoon met water en spuit nadien droog met lucht.
     
  • Meestal zijn 2 à 3 lagen voldoende, voor rode glazuren mag je zeker een extra laag aanbrengen.
     
  • Noteer in een boekje welke glazuur je hebt gebruikt, of maak een foto van je werk samen met de verpakking van het glazuur. Het is handig als je later de gebruikte referenties makkelijk terugvindt.

Wat zijn engobes en sinterengobes?

Een engobe is eigenlijk een ingekleurd kleislib en wordt aangebracht op leerharde werkstukken.

Het meest eenvoudige basisrecept: 75% Kaolin + 25% Nepheline Syenite

Kaolin (of Chinaclay) is de zuiverste vorm van porselein, gekend om zijn zeer witte, transparante uitstraling en hoge stooktemperatuur. Nepheline Syenite  (=veldspaat) is een gemengde samenstelling van smeltmiddel en glasvormer. Zorgt voor een goede versmelting tussen engobe en scherf.

Hoe hoger je stookt hoe intenser de kleur zal worden. Bij lagere temperaturen zien de kleuren er vaak poederachtig uit. Toevoeging van oxides en body stains (zie bijlage) zijn hetzelfde als voor de gewone engobe. Je kan het werkstuk eventueel nog glazuren (weet dat het glazuur de uiteindelijke kleur van de engobe zal beïnvloeden.

 

Een sinterengobe is een vorm van engobe maar heeft nog een complexere samenstelling. Er treedt een versintering of verglazing op. Het lijkt alsof er een dun laagje matte glazuur op ligt, soms met spikkels of zandachtige textuur.

Enkele recepten:

Base slip Clarke : Kaolien 40% + Kwarts 35% + Calcium boraat frit 25%
Textured slip : Ball clay 35% + Kaolien 17% + Kwarts 17% + Calcium boraat frit 18% + Zircoon silicaat 4,5% + Bentoniet 7%
Lawton slip : Ball clay (bv. Hyplas 71) 20% + Kaolien 20% + Kwarts 30% + Nepheline syenite 25% + Borax 5% + Bentoniet 2%
EKWC tot 1140°C : Kaolien 23% + Kwarts 22 % + Nepheline syenite 32% + Krijt 15% + Lithium carbonaat 5% + Zink oxide 3%
EKWC tot 1250°C : Kaolien 20% + Kwarts 4% + Nepheline syenite 36% + Krijt 20% + Lithium carbonaat 5% + Molochite  15%


Hoe weet ik de maximum temperatuur van mijn glazuur?

De maximumtemperatuur staat steeds vermeld op de verpakking. Dit in graden Celcius of in Cones.

OVERZICHT CONES/T°

Heating Rate of 108°F Per Hour
Temp. (F°) Temp. (C°)
Cone 022 ................1087°F ........586°C
Cone 021 ................1112°F ........600°C
Cone 020 ................1159°F ........626°C
Cone 019 ................1252°F ........678°C
Cone 018 ................1319°F ........715°C
Cone 017 ................1360°F ........738°C
Cone 016 ................1422°F ........772°C
Cone 015 ................1456°F ........791°C
Cone 014 ................1485°F ........807°C
Cone 013 ................1539°F ........837°C
Cone 012 ................1582°F ........861°C
Cone 011 ................1607°F ........875°C
Cone 010 ................1657°F ........903°C
Cone 09 ................1688°F ........920°C
Cone 08 ................1728°F ........942°C
Cone 07 ................1789°F ........976°C
Cone 06 ................1828°F ........998°C
Cone 05 ................1888°F ........1031°C
Cone 04 ................1945°F ........1063°C
Cone 03 ................1987°F ........1086°C
Cone 02 ................2016°F ........1102°C
Cone 01 ................2046°F ........1119°C
Cone 1 ..................2079°F ........1137°C
Cone 2 ..................2088°F ........1142°C
Cone 3 ..................2106°F ........1152°C
Cone 4 ..................2124°F ........1162°C
Cone 5 ..................2165°F ........1185°C
Cone 6 ..................2232°F ........1222°C
Cone 7 ..................2262°F ........1239°C
Cone 8 ..................2280°F ........1249°C
Cone 9 ..................2300°F ........1260°C
Cone 10 ................2345°F ........1285°C
Cone 11 ................2361°F ........1294°C
Cone 12 ................2382°F ........1305°C

Heating Rate of 270°F Per Hour
Temp. (F°) Temp. (C°)
Cone 022 ................1094°F ........590°C
Cone 021 ................1143°F ........617°C
Cone 020 ................1180°F ........638°C
Cone 019 ................1283°F ........695°C
Cone 018 ................1353°F ........734°C
Cone 017 ................1405°F ........763°C
Cone 016 ................1465°F ........796°C
Cone 015 ................1504°F ........818°C
Cone 014 ................1540°F ........838°C
Cone 013 ................1582°F ........861°C
Cone 012 ................1620°F ........882°C
Cone 011 ................1641°F ........894°C
Cone 010 ................1679°F ........915°C
Cone 09 ................1706°F ........930°C
Cone 08 ................1753°F ........956°C
Cone 07 ................1809°F ........987°C
Cone 06 ................1855°F ........1013°C
Cone 05 ................1911°F ........1044°C
Cone 04 ................1971°F ........1077°C
Cone 03 ................2019°F ........1104°C
Cone 02 ................2052°F ........1122°C
Cone 01 ................2080°F ........1138°C
Cone 1 ..................2109°F ........1154°C
Cone 2 ..................2127°F ........1164°C
Cone 3 ..................2138°F ........1170°C
Cone 4 ..................2161°F ........1183°C
Cone 5 ..................2205°F ........1207°C
Cone 6 ..................2269°F ........1243°C
Cone 7 ..................2295°F ........1257°C
Cone 8 ..................2320°F ........1271°C
Cone 9 ..................2336°F ........1280°C
Cone 10 ................2381°F ........1305°C
Cone 11 ................2399°F ........1315°C
Cone 12 ................2419°F ........1326°C

 


Welke glazuurfouten zijn er en wat kan ik er aan doen?

Haarscheuren
De meest voorkomende verklaring voor haarscheuren is dat de scherf (klei) en het glazuur uitzettingen en contracties hebben die sterk verschillen, waardoor ze eigenlijk niet langer bij elkaar passen. Maar eigenlijk moet aan het eind van het stookproces de glazuurlaag iets ruimer blijven dan het werkstuk (bv de pot) zodat het glazuur onder een geringe spanning komt te staan. Glazuren kunnen in veel grotere mate drukspanning dan trekspanning weerstaan. Als het glazuur tijdens het afkoelen meer krimpt dan de het keramische werkstuk, komt het onder trekspanning te staan en zal het zeker haarscheuren.

Afbladderen van een gebakken glazuur
Het afbladderen van glazuur is eigenlijk het tegengestelde van het haarscheuren van glazuur. Het wordt veroorzaakt omdat het glazuur veel te groot is voor de scherf.
De eenvoudigste remedie is het gehalte aan silicium-oxyde van het glazuur te verlagen om meer krimp te krijgen.
Glazuur dat aan de randen loskomt is een veel voorkomende fout. Dit heeft bij draaiwerk meestal niets te maken met een fout in het glazuur of in de klei, maar met het vervaardigen. Als er teveel kleislib achter blijft op de rand kan dat door een normale druk van glazuur los komen. Het omgekeerde, teveel afsponsen van de rand waardoor te veel chamotte los komt aan de oppervlakte, kan hetzelfde gevolg hebben.

Spit out
Voor deze glazuurfout bestaat geen Nederlandse term. Deze fout komt vooral voor bij decoratie technieken als opglazuur op lage temperatuur. Het veroorzaakt speldenprikken of kleine kratertjes. De oorzaak ligt in het feit dat na de glazuurbak te lang wordt gewacht om het werk af te werken met het opglazuur. Het werkstuk neemt opnieuw vocht op die de fout veroorzaken. Om dit te voorkomen is het aangewezen om het werkstuk terug in de glazuurbak te steken om het vocht kwijt te raken.

Kale plekken door samentrekken van het glazuur
Dit samentrekken van het glazuur kan vele vormen aannemen. Soms trekt het gewoon weg op de randen, soms trekt het over het hele oppervlak samen tot eilandjes. Deze fouten worden normaal allemaal veroorzaakt door een slechte hechting van het glazuur op het oppervlak van het werk. Vooral dekkende glazuren zijn bijzonder vatbaar voor samentrekken, dit omdat de dekkingsmiddelen het glazuur taai maken.
Oplossingen:

  • Een chemische oplossing kan zijn: de hoeveelheid aluminiumoxide (= viscositeit verhogend) afkomstig uit klei of veldspaat verlagen. Tegelijk voer je een verhoging van het siliciumoxyde door ter compensatie van wat door vermindering van klei en veldspaat verdwijnt. In sommige gevallen moeten de gehaltes aan minder heftige vloeimiddelen (magnesium-oxyde en bariumoxyde) verlaagd worden.
  • Zowel het glazuur vóór het bakken als het oppervlak van de biscuit of ruwbak voordat het glazuur wordt aangebracht vergen een nauwkeurige aandacht. Enkele zaken waar je dient op te letten. Fijn of grover stof op de scherf na de biscuitbak weghalen voor je begint te glazuren. Dit kan met een vochtige doek op spons. Laat daarna je werkstuk voldoende drogen vooraleer je het gaat glazuren. Vaak vertoont het oppervlak van een werkstuk op liggende chamottekorels, draaislib (teveel), puntjes of andere oneffenheden waardoor het glazuur niet gelijkmatig of zelfs moeilijk hecht aan de scherf. Vele van deze oneffenheden kunnen vooraf worden weggewerkt met schuurpapier, dremel, of slijpsteentje (onder lopend water).

Zeer slechte oppervlaktes kunnen voor ze worden geglazuurd behandeld worden met een engobe, dit eventueel al voor de biscuitbak. Formule van David Green van een smeltbare engobe om het oppervlak vooraf mee te bewerken:
- gecalcineerde kaolien 80
- veldspaat 10
- plastische klei 10

Speldenprikken, blazen, …
Als de temperatuur tijdens de glazuurbak te snel is opgevoerd, kan een deel van de werkstukken te voorschijn komen met bellen, blazen of speldenprikken in het glazuur. De oorzaak hiervan is het ontsnappen van gassen uit de klei tijdens de krimp van het werk. Meestal verdwijnt het probleem bij het verlengen van de stookcurve tijdens de glazuurbrand. Door het oplopen van de temperatuur te vertragen geef je bellen meer tijd open te barsten en glad te vloeien. Een andere oplossing kan zijn om het stookproces van de biscuitbrand te verlengen. Je moet in principe streven naar een zo hoog mogelijke biscuitbrand waarbij de scherf nog poreus genoeg blijft om het glazuur te laten hechten. Er moet ook voldoende ventilatie zijn in de oven om de koolstofhoudende materialen die tussen 700°C en 900°C vrijkomen te laten ontsnappen.

Belletjes in het glazuur
Een glazuurlaag waarin veel belletjes zitten, is doorgaans weinig slijtvast. Door gebruik worden de belletjes open gekrast. Messen en vorken laten er dan fijne metaaldeeltjes achter. Ook bij het stapelen kunnen de belletjes open gaan.

Ontglazing
Ontglazing kan twee oorzaken hebben. Enerzijds kan het door een te langzame afkoeling tussen 850°C en 700°C, er ontstaan dan ook kristallen in het glazuur. Anderzijds kunnen sommige kleurstoffen ontglazing veroorzaken. In het bijzonder nikkel.

Vastbakken
Het vastbakken van een voorwerp aan de ovenplaat kan makkelijk worden voorkomen. De oorzaak is meestal het niet voldoende afvegen van glazuur langs de onderkant van het werkstuk. Een andere oorzaak kan ook zijn omdat het aandeel vloei- of smeltmiddelen te groot is in het glazuur waardoor het glazuur danig uitvloeit tot op de ovenplaat. Nog een oorzaak kan zijn omdat de voet van een werkstuk te dun is in verhouding met het werkstuk. Hierdoor bezwijkt de voet onder de druk en de grote hitte tijdens de versintering van het werk. Zo zakt het werkstuk wat door en komt de glazuur tot op de ovenplaat waardoor het werk vast komt te zitten aan de ovenplaat.

Scheuren in het werkstuk
We kunnen twee oorzaken naar voor schuiven: Koel-scheuren en bakscheuren. Koelscheuren ontstaan door een te snelle afkoeling van de oven en bijgevolg van de werkstukken en door te hoge drukspanning van het glazuur. Koelscheuren herken je aan de scherpe randen. Het glazuur is reeds uitgesmolten en gestold voor de scheuren ontstaan, het glazuur aan de scheur is dus vlijmscherp. Dit kan vermeden worden door de oven nooit te vroeg te openen. Bij gietwerk dat aan één kant geglazuurd is en waarbij de drukspanning van het glazuur te hoog is, is het aangeraden om het werkstuk volledig te glazuren om de drukspanning te spreiden over het hele werkstuk. Bakscheuren ontstaan door te snelle verhitting. Je herkent de bakscheuren aan de minder scherpe randen omdat de glazuur nog moet smelten op het moment dat de scheur al is ontstaan. Het glazuur vloeit dan ook in de scheur.

Spikkels (ongewild) in het glazuur
Die worden meestal veroorzaakt door miniscule deeltjes ijzer of kleurstoffen (oxides) die in het glazuur zijn terecht gekomen. Dit kan door het gebruik van materialen die zijn die niet schoongemaakt zijn. niet zijn afgekuist. Vuile zeef, slecht uitgewassen spuit, spuitcabine die niet werd uitgewassen en los stof dat door de druk van de spuit opvliegt en op het werkstuk terecht komt, vuile emmers waarin het glazuur wordt aangemaakt, vuile borstels waarmee het glazuur wordt opgeroerd of gezeefd of wordt aangebracht op een werkstuk, oxides die bij andere grondstoffen zijn terechtgekomen omdat dezelfde lepel werd gebruikt om grondstoffen af te wegen, deze opsomming kan oneindig zijn. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen die in hetzelfde atelier werkt een attitude ontwikkelt waarbij een grote zorg wordt gedragen voor het materiaal en de grondstoffen.
Kobalt en ijzer (zeker rode ijzer) zijn moeilijk te verwijderen. Het is ook aangewezen dat de leerlingen die veel glazuren eigen zeven en borstels aanschaffen.

Druppels
Vluchtige glazuurgrondstoffen zetten zich vast aan het dak van de oven langs binnen en aan de ovenplaten. Indien doorheen de tijd veel van deze vluchtige glazuurgrondstoffen zich hebben vastgezet kunnen die bij het bakken ook weer los komen en in druppels op het werk vallen dat in de oven staat. Dit komt echter nauwelijks voor in kleine elektrische ovens, maar kan in zoutovens wel een ware pest zijn of juist mooie effecten geven.


Pigmenten
Wat zijn pigmenten?

Pigmenten koop je in poedervorm. In de kleur die behouden blijft na het stoken. Alle kleuren zijn onderling mengbaar. Hoe meer pigment je gebruikt, hoe intenser de kleur zal worden.

Welke kleur je kiest is afhankelijk van eigen voorkeur en budget. De kostprijs van het pigment is dan weer afhankelijk van welke materialen er in het pigment zitten.


Hoe stook ik met pigmenten?

Hoger stoken dan de aangegeven maximumtemperatuur mag niet, het pigment gaat dan verbranden. Hoe hoger je het pigment stookt, hoe intenser de kleur zal worden. De maximumtemperatuur staat steeds vermeld op de verpakking.

Het eenvoudigste is werken met pigmenten met zeer hoog bereik. Zo hoef je geen rekening te houden met de maximum temperatuur van het pigment, maar enkel van de klei of het glazuur.


Wat is het verschil tussen een body stain en een glaze stain?

Vroeger was er een verschil in korrelgrootte tussen de body stain (om klei te kleuren) en glaze stain (om het glazuur te kleuren). Nu is dit verschil te verwaarlozen. Wel zijn de body stains vaak wat lichter van kleur, terwijl de glaze stains een fellere kleur geven. Je kan deze soorten ook door elkaar gebruiken.


Hoe kan je pigmenten aanbrengen of gebruiken?

Er zijn verschillende gebruiksvormen van pigmenten:

  • Droog op natte klei
  • Inkleuren van klei
  • In (op-, onder-)glazuur
  • Keramische potloden of kleikrijten
  • Engobes

Op natte klei: Met een brede kwast (hake borstel) droog pigment op natte klei aanbrengen. Niet teveel pigment gebruiken en stofmasker dragen voor opwaaiende pigmentdeeltjes. Geen druk zetten op de borstel om geen afdruk te maken in de klei en te zorgen dat de borstel droog blijft. Je kan als het ware ‘schilderen’ op de klei.

Tape, papier of sjablonen kunnen gebruikt worden om uitsparingen in de klei te maken waar je geen pigment wil hebben. De klei kan achteraf nog bewerkt worden met een mesje of naald (tekst in schrijven, patronen uit kerven,…).

 

Zelf klei kleuren: Alle kleitechnieken (draaien, handvormen, mallen, kleiplaten,…) zijn mogelijk bij gekleurde klei. Opletten voor het opwaaien van glazuur. Ook kan het kleurpigment ervoor zorgen dat de klei sneller uitdroogt, de plasticiteit van de klei kan minder worden. Water toevoegen helpt hier niet bij.

Er zijn recepten te vinden om een kleurenpasta te maken met het kleurpigment zodat dit beter opgenomen wordt in de klei.
Let steeds op met de maximum stooktemperatuur van het kleurpigment, dat deze niet onder de maximum stooktemperatuur van de klei ligt.

Glazuur: Er zijn allerlei recepten te vinden om met pigmenten een glazuur te maken. Starten kan met een transparant of mat poederglazuur of eenvoudiger: met kant-en-klaar glazuur (vloeibaar) en pehatine.

Pehatine zorgt ervoor dat het glazuur niet gaat uitzakken, goed blijft zitten en makkelijk kwastbaar is.

Hoe Pehatine gebruiken: verdunnen 1 op 2 = 1 deel Pehatine, 2 delen water. Schudden en klaar. Hoe meer pehatine toegevoegd aan het glazuur; hoe ‘waterachtiger’ het zal zijn. Hoe minder pehatine, des te dekkender het glazuur zal zijn.

Een eenvoudig glazuur-recept: 2 maatlepels pigment en 2 maatlepels glazuur. Mengen met aangemaakte Pehatine volgens gewenste kwastbaarheid (gemiddeld 10 maatlepels).


Kan ik eigen kleuren mengen?

Ja, dat is net zo leuk aan pigmenten. Met de 3 primaire kleuren (rood, geel en blauw) en 3 steunkleuren (zwart, violet en mengwit) kan je alle kanten opgaan.

Begin steeds met de lichtste kleur. Voeg daar telkens kleine hoeveelheden (penseelpunt) pigment aan toe en meng goed door. Transparante plastic bakjes zijn hierbij handig aangezien zo het gemengde kleur goed te zien is. Maak zelf kleurenstudies om te zien welke mengelingen jouw voorkeur genieten.


Ovens
Welke soorten ovens bestaan er?

We kennen grofweg twee soorten ovens.

  1. Ovens die we uitsluitend buiten kunnen stoken, zoals houtovens, veldovens, rakuovens etc.
  2. Ovens die we, met de nodige ventilatie, binnen kunnen stoken, zoals elektrische ovens en gasovens.

De meest gebruikte oven om keramiek te bakken is een elektrische oven. Vroeger werden de elektrische ovens gestookt met segerkegels (temperatuurstaafjes) en een regelknop. Deze temperatuurstaafjes, in diverse temperaturen te koop, branden door als de bepaalde temperatuur in de oven is bereikt. Bij dit soort “temperatuurregelaars” hebben we geen invloed op het stookproces en krijgen we geen foutmeldingen als er iets mis gaat in het stookproces of de oven.

De moderne elektrische oven heeft een computer die je ovenstook helemaal automatisch regelt. Ook dient deze computer voor het bewaken van een veilig stookproces. Indien er zich iets onverhoopt voordoet in het stookproces of de oven, geeft de computer een foutmelding en schakelt de oven uit. Deze ovens zijn gemaakt van “lichte” ovenstenen die nauwelijks warmte opnemen en dus een laag energieverbruik hebben ten opzichte van de ovens met “zware” stenen. Ook kan er een keramisch ovendeken gebruikt worden, wat goed isolerend werkt en de energiekosten drukt. Een ovendeken slijt sneller dan ovensteen en bij slijtage is het schadelijk voor je gezondheid om de dampen er van in te ademen.


Welke oven kies ik het best?

Voor de keuze van een oven zijn een aantal factoren van belang, zowel persoonlijk als praktisch. Bekijk goed wat de mogelijkheden en opties zijn die u verlangt van een oven. Vraag advies aan uw elektricien om te bekijken of de capaciteit die u voor ogen hebt wel overeenkomt met de mogelijkheden van uw elektriciteitsvoorziening.


Hoe dien ik het ovenmateriaal te gebruiken?

Ovenplaten: Voordat je ovenplaten gaat gebruiken kun je ze het beste insmeren met een keramiek- en ovenplaatbeschermer. Deze zijn kant en klaar in de handel (vb. Batwash), kun je goed aanbrengen met de kwast en beschermen je ovenplaten tegen gemorst glazuur, slib of keramische verf. Je kunt het ook zelf maken vanuit aluminiumoxide, maar dit is zeer moeilijk kwastbaar. Behandel enkel de bovenzijde.

Ovensteun: Ovensteunen kun je gebruiken om te stapelen. Zet op een ovenplaat maximaal 3 ovensteunen.

Zorg ervoor dat alle ovensteunen bij een grotere stapeling onder elkaar staan, voor een stabiele constructie en het voorkomen van plaatbreuk. Tussen het werk en een (volgende) ovenplaat, evenals tussen de ovenplaat en de oven zelf, moet een ruimte zijn van minstens 4 cm om een optimale circulatie te bekomen.

Triangels: Is uw werk ook aan de onderkant voorzien van glazuur of slib met een hoog glazuurgehalte, bescherm uw ovenplaten goed en zet uw werk op keramische of metalen triangels. Keramische triangels zijn eenmalig in gebruik. De kleine scherp puntjes breken bij verwijdering af. Zorg er voor dat u zich niet verwond aan scherp uitstekende restjes van de keramisch triangel. Een slijpsteentje doet wonderen!

Metalen triangels kunt u makkelijk verwijderen van uw werk. Het laat een paar kleine puntjes achter. Let ook hier op scherpe puntjes van het glazuur. Eventueel afwerken met een slijpsteentje.

Verwarmingselement: Verwarmingselementen in je oven verliezen na verloop van tijd hun kracht, ook bij normaal gebruik van de oven. Een toptemperatuur is dan moeilijk te halen en de stook duurt onnodig lang. Spiralen kunnen bij uw leverancier vervangen worden. Ook kunnen zij vaak een meting doen hoe uw spiralen er voor staan.

Ook heeft uw oven “gewoon” onderhoud nodig. De groeven waarin de ovenspiralen liggen moet goed schoon blijven. Deze groeven kun je met een stofzuiger reinigen, maar wees voorzichtig bij de aansluiting en doorvoer van deze elementen.


Hoe moet ik de oven inladen?

Biscuitoven: Het werk moet goed worden verdeeld, maar mag wel tegen elkaar komen of in elkaar gezet worden. Er zit immers geen glazuur of het werk. Hou het werk wel 3 cm van de ovenwand verwijderd voor een goede circulatie en laat geen werk “overhangen” op een ovenplaat.

Glazuuroven: Ook hier moet het werk goed worden verdeeld en genoeg tussenruimtes tussen de voorwerpen aanwezig zijn. Zorg dat je ovenplaten zijn ingesmeerd met ovenplaatbeschermer of bestrooid zijn met zilverzand om afdruipend glazuur of “stookfoutjes” op te vangen.

Als u echter porseleinverf wilt stoken, is het van belang de oven zo stofvrij mogelijk te houden.


Waar moet ik rekening mee houden bij het stoken?

Zorg dat al het werk goed droog is voor je een oven gaat stoken. Dit geldt zowel voor een biscuit- als een glazuurstook. Zo nodig eerst een droogstookprogramma uitvoeren in je computergestuurde oven.

Zorg er voor dat je ventilatiegat in de oven (als dat aanwezig is) goed openstaat. Het aanwezige vocht kan dan zo ontsnappen en zorgt voor een behoud van de oven, voor zowel de spiralen als voor de metalen buitenkant van de oven. Ook de ovenruimte moet je goed ventileren. Stook nooit in een slaapkamer of andere leefomgeving. Zorg altijd voor voldoende ventilatie. Bij het stoken van een oven kunnen zich schadelijke en giftige dampen ontwikkelen uit de (verontreinigde) klei, je slib of het glazuur.

De stooktemperatuur is afhankelijk van de soort klei die gebruikt werd. De maximumtemperatuur staat steeds vermeld op het etiket.


Bestaan er standaard stookschema's?

Eerste gebruik van de (lege) oven

Voordat u de oven wilt gaan gebruiken, stookt u de oven één keer zonder inhoud en doet u één keer een biscuitstook. Instoken is nodig om de spiralen een beschermende oxidelaag te geven, wat de levensduur van de spiralen aanzienlijk verlengt. Doe de eerste stook met een geheel lege oven, bij de tweede stook kunt u de oven vullen met biscuitwerk.

 

In 10 uur naar 650°C

In 2 uur naar 900°C

 

Droogstook

Indien je niet helemaal zeker bent dat je stukken helemaal luchtdroog zijn of je hebt een aantal zware en dikkere stukken te bakken, dan kan een droogstook aangewezen zijn. Om breuk van uw ovenplaten te voorkomen is het belangrijk om de ovenplaten ook droog te stoken.

 

In 1 uur naar 0°C-90°C

Pendelperiode op 90°C, aanhouden onder de 100°C om stoomvorming te vermijden.

 

Biscuitstook

In deze stook verbrand alle verontreiniging in de klei, wat een langzaam proces is. Gemiddeld duurt een biscuitbak tussen de 8 en de 15 uren. Bij deze verbranding is zuurstof nodig, dus ventileer de oven (en de ovenruimte) goed. Gaat de biscuitstook te snel, dan zijn er nog resten koolstof aanwezig, ingesloten in de scherf. Problemen bij sintering van de scherf en/of bij het glazuren kunnen het gevolg zijn. Biscuitstoken (met witte klei) is aan te raden rond de 1000°C. Bij (later) gebruik van kwastglazuren en slibs (kant en klaar of zelf gemaakt vanuit hulpstoffen/ Pehatine) is een hogere biscuitstook aan te raden, rond de 1020°C of zelf 1040°C (zie bij kant-en-klare glazuren de verpakkingsinfo).

 

In 6,5 uur naar 650°C

Doorstoken naar 900°C-1000°C

20 minuten pendelen

 

Glazuurstook

Een glazuurstook gaat in principe altijd naar een hogere temperatuur dan de biscuitstook. Is dit niet het geval, dan kunnen er haarscheurtjes ontstaan omdat het

glazuur wel krimpt en de scherf niet meer.

Een glazuurstook kun je probleemloos met 150°C per uur opstoken tot 600°C en daarna doorstoken naar je toptemperatuur met 180°C per uur.

Zorg er wel altijd voor dat ook bij de glazuurstook je werk helemaal droog is. Bij twijfel eerst een droogstook-

programma uitvoeren.

 

In 4-5 uur naar 650°C

Doorstoken naar +/- 1050°C (voor aardewerk) of +/- 1250°C (voor steengoed)

Pendelen tot 20 minuten

 

TIP!

Rood, bruin- en zwartbakkende (aardewerk) klei kun je beter op 950°C biscuitstoken. Op deze temperatuur is deze gekleurde scherf al aardig dichtgesinterd. Hoger stoken zou het glazuur bemoeilijken.


Inrichting
Wat is een goede inrichting voor een atelier?

Ruimte

Ideaal is een ruimte die vorstvrij is, reeds voorzien is van een elektriciteitsaansluiting en watervoorziening en zich op de begane grond bevindt. De vloer is best niet poreus, zo is het dweilen van de ruimte mogelijk. Het drogen van de klei brengt veel stof met zich mee. Stofzuigen is geen goed idee aangezien al het stof dan terug in de lucht geblazen wordt. Polybeton, vinyl of linoleum vloeren zijn goede opties. Onder de oven moet de vloer echter brandwerend zijn. Ook de muur achter de oven en het plafond erboven moeten hittebestendig zijn.

Meubilair

Voorzie voldoende ruimte om meubilair te plaatsen, naast de eigen apparatuur (oven, draaischijf, kleiwals, …). Kies voor stevig meubilair. Een werktafel met een houten, glad maar onbewerkt blad boven polshoogte (tot 15 cm onder de elleboog) is ideaal om ergonomisch te werken. Een goede kruk bij de draaischijf is eveneens essentieel.

Opslag

Installeer een handig rek om werken op te laten drogen en voor het opslaan van materiaal. Een stellingskast met uitneembare planken is hiervoor ideaal. Zo kan de hoogte per plank aangepast worden.

Sla grondstoffen en glazuren op in goed afgesloten verpakkingen met de inhoud beschreven op het etiket. Zorg dat alles hoog genoeg, buiten het bereik van kinderen staat.


Heb ik ventilatie nodig?

Het ventileren van de ruimte is nodig wanneer de oven in gebruik is (een raam of deur open zetten voor frisse lucht). Werk sowieso niet in de ruimte wanneer de oven in gebruik is. Afzuiging is pas nodig indien de ventilatie ontoereikend is of indien u wenst glazuur te spuiten (spuitcabine).


Moet ik een hogere elektriciteitscapaciteit laten aanleggen?

Voor elektrische ovens is het uiteraard belangrijk om een goede en betrouwbare elektriciteitsvoorziening te hebben.

Bij onze elektrische ovens heeft u de keuze tussen de 220 V en sterkstroom ovens. Voor de sterkstroom zal er dus een aanpassing moeten gedaan worden. Vraag advies aan uw elektricien om te bekijken of de capaciteit die u voor ogen hebt wel overeenkomt met de mogelijkheden van uw elektriciteitsvoorziening.


Hoe maak ik mijn atelier veilig?

Brandveiligheid is zeer belangrijk! Zorg ervoor dat er een brandblusapparaat of branddeken in het atelier aanwezig is. Laat na gebruik van de oven de oven volledig afkoelen. Dit niet alleen om uw werk niet stuk te maken maar ook om brandwonden te vermijden.

Voorzie een klein EHBO-kistje met verband, pleisters, kompressen, ontsmettingsmiddel, schaar en pincet. Bewaar dit op een propere, stofvrije plaats.

Draag beschermende kledij wanneer dit nodig is (beschermingspak, handschoenen, veiligheidsbril, ...). We hebben verschillende veiligheidsmaterialen in ons assortiment.

H-en P-zinnen: Gevaarlijke stoffen moeten volgens de voorschriften gebruikt en bewaard worden. Op de verpakking staan de pictogrammen vermeld.

Hou sowieso alle producten uit het bereik van kinderen (op hoogte zetten, op slot doen). Zorg ook steeds dat toestellen uitgeschakeld zijn of niet bereikbaar zijn voor kinderen.


Website
Ik wil me registreren

Klik rechts bovenaan op Inloggen. Vul vervolgens uw email adres in bij Account aanmaken. Klik op Account aanmaken en vul uw gegevens in.


Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Klik rechts bovenaan op Inloggen. Klik vervolgens bij Al geregistreerd? op Wachtwoord vergeten. Geef het gebruikte email adres op en klik op Wachtwoord opvragen. 


Hoe pas ik mijn wachtwoord aan?

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn persoonlijke gegevens. Geef het huidig wachtwoord in, het nieuw wachtwoord en bevestig door nogmaals het nieuw wachtwoord op te geven. Klik op Opslaan.


Hoe pas ik adressen in mijn account aan?

Ik wil een adres toevoegen aan mijn account

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onderaan op de groene knop Voeg een nieuw adres toe.

Ik wil een adres aanpassen

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onder het aan te passen adres op Bijwerken. Pas het adres naar wens aan en klik op Opslaan.

Ik wil een adres verwijderen

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onder het gewenste adres op Verwijderen.


Hoe voeg ik mijn BTW nummer toe aan mijn account?

Ga naar Mijn account door in de rechterbovenhoek op uw naam te klikken. Klik op Mijn adressen. Klik onder het gewenste adres op Bijwerken of Voeg een nieuw adres toe (indien het adres nog niet aangemaakt werd). Vul de bedrijfsnaam in en het vak voor BTW-nummer verschijnt. Geef het BTW nummer in zoals hier: BE0837754851. Sla op.


Ik heb een waardebon ontvangen. Hoe kan ik die gebruiken?

Vul uw winkelmandje met de gewenste producten. Ga naar het winkelwagentje wanneer uw bestelling klaar is. Geef onder de artikelen bij Waardebonnen de unieke code in die op uw waardebon staat en klik op Oké. U zult zien dat het bedrag van de waardebon afgetrokken wordt.

Ik heb een waardebon slechts gedeeltelijk gebruikt, hoe kan ik het resterende bedrag gebruiken?

Ga naar Mijn account. Klik op 'Mijn kortingsbonnen'. Daar ziet u de code staan die u kunt gebruiken, gevolgd door het resterende bedrag.


Toon meer >>