BTW incl. BTW excl.

Klei

Welke klei moet ik kiezen?

Een belangrijke factor is wat u met de klei wilt doen. Gaat u draaien, boetseren of gieten?

  • Draaiklei: geen of een zeer fijne chamottekorrel.  De algemene regel is dat voor draaien gladde of zeer fijne klei wordt gebruikt.
  • Boetseerklei: hier kunnen allerlei soorten klei voor dienen, afhankelijk van welk resultaat u wenst te bekomen en de grootte van uw werk.
  • Gietklei: beschikbaar in verschillende soorten en kleuren. 

Onze Colpaert klei is een klei van zeer hoge kwaliteit, sterk gechamotteerd met een verhoogd aluminiumoxydegehalte. Deze klei is uitzonderlijk stabiel tijdens het opbouwen en het bakken.
Er is een draaiklei en er zijn 4 soorten met chamotte, van poederchamotte tot grove korrel.
De CO-GR-WI wordt gebruikt voor grote stevige werken, ook voor tuinsculpturen.
De Colpaert-klei voelt bij een eerste gebruik iets “stugger” aan, waardoor u als het ware moet “leren werken” met deze klei. Maar eens u dit onder de knie heeft zal u versteld staan van zijn stabiliteit.


Welke kleisoorten zijn er?

Er zijn verschillende kleisoorten: Aardewerkklei, Steengoedklei, Porseleinklei, Vuurklei en Ballclay.

  1. Aardewerkklei wordt het meest gebruikt. Aangezien deze klei poreus is na het stoken, dient het werk geglazuurd te worden, zo wordt het waterdicht. Voor handvormen gebruikt men meestal klei met chamotte. Chamotte zijn kleine korreltjes gebakken klei. Die worden aan de klei toegevoegd omdat het stabiliteit aan de klei geeft.
  2. Steengoedklei is een sterke klei. Bij het bakken sintert de klei dicht waardoor de scherf waterdicht wordt. Het glazuren achteraf is voornamelijk decoratief. Voor voedselveilig werk (servies) of werken die weersbestendig moeten zijn wordt het best deze klei gebruikt.
  3. Porseleinklei is het zuiverste en het meeste wit. Het is de fijnste soort, die na het bakken altijd een witte tint heeft. Na het stoken is het zeer sterk en kan het er zelfs transparant uitzien. Aangezien het zo hoogbakkend is, heeft porselein een harde scherf en is het de sterkste soort.
  4. Vuurklei is heel hittebestendig. Deze klei wordt het vaakst gebruikt voor vuurvast materiaal van te maken zoals ovenplaten en stapelmateriaal.
  5. Ballclay wordt zuiver weinig gebruikt, maar kan toegevoegd worden aan andere kleisoorten om deze plastischer te maken. Het kan ook aan glazuren toegevoegd worden als suspensiemiddel. In ons gamma werd het opgenomen bij de basisgrondstoffen.

Afhankelijk van de soort klei is de maximumtemperatuur bepaald. Aardewerk klei wordt gestookt tot ongeveer 1150°C. Steengoedklei vanaf 1200°C. Porselein vanaf 1220°C. De maximumtemperatuur wordt steeds vermeld, aangezien dit zo verschillend is. Het is belangrijk nooit hoger te stoken dan de maximale temperatuur. Bij een te hoge temperatuur smelt de klei en kan uw werk vervormen of stukspringen. 


Wat met chamotte in de klei?

De hoeveelheid chamotte en de grootte van de chamottekorrel bepaalt de structuur van de klei. Hoe meer chamotte of hoe groter de korrel, hoe steviger de klei, waardoor grotere werken mogelijk worden. 

Mogelijkheden:

  • Geen chamotte
  • 0.2-0.5 mm
  • 1-1.5 mm
  • 2-3 mm

De grootte van de chamottekorrel en de hoeveelheid chamotte staat steeds vermeld bij de klei.


Welke kleuren van klei zijn er?

Het kleigamma van Colpaert bevat allerlei kleuren. Afhankelijk van de temperatuur waarop gestookt wordt, zal de kleur lichter of donkerder zijn.
De kleur van een glazuur geeft het beste resultaat op een witte, bleke klei.

Beschikbare kleuren: wit, beige, crème, geel, lila, roze, rood, grijs, antraciet en zwart. Eveneens zijn er kleisoorten met spikkels in. 
Rakuklei is altijd bleek. Door het specifieke stookproces wordt alles wat niet geglazuurd werd zwart.

Afhankelijk van de temperatuur waarop je stookt zal de kleur na het bakken verschillen. Hoe hoger de temperatuur, hoe sterker de kleur zal worden.


Hoe verloopt het droogproces?

Vooraleer de klei gebakken kan worden dient het werk luchtdroog te zijn. Is de klei nog te vochtig, dan gaat het resterende water in de klei koken, verdampen en ontstaan er luchtbellen op de klei. De klei zal opblazen. Indien u niet helemaal zeker bent dat de stukken helemaal luchtdroog zijn, dan kan een droogstook aangewezen zijn. Zie ‘stoken van een oven’ voor meer informatie.

Klei krimpt tijdens het drogen en krimpt nog meer tijdens de stook. Het feit dat klei krimpt is een logisch gevolg van het verdwijnen van het water uit de klei. Hoe hoger gestookt wordt, hoe groter de krimp. Hoe meer chamotte, hoe stabieler de klei, hoe minder krimp. Bij porselein is het vervormen en de krimp groter dan bij steengoed- of aardewerk klei. Het krimppercentage wordt ook vermeld in de brochure.

Risico’s droogproces

Een werk droogt en krimpt nooit gelijkmatig en hierdoor kan er weleens iets mislopen tijdens het droogproces. Wanneer er verschil in droogsnelheid optreedt, komt er spanning op de klei. De klei kan dan scheuren, vervormen, ineenzakken, uiteenvallen,… Deze gevolgen zijn afhankelijk van de gekozen klei, de vorm van het werk, de dikte van de klei en de omgeving.

  • De soort klei heeft een invloed op het droogproces. Vette klei bevat veel water, waardoor de krimp veel groter is dan bij magere klei. Hou hier dus rekening mee voor de duur van het proces.
  • Verpak het werk eventueel in plastiek om het droogproces langzamer te laten verlopen.
  • Gesloten vormen drogen veel trager dan open vormen. Bij open vormen kan de lucht beter aan het werk, waardoor het droogproces sneller verloopt. Tegels en schalen kunnen opkrullen bovenaan omdat de bovenkant het snelste droog is en dus eerst krimpt waardoor de onderkant vervormt. Ondersteboven laten drogen van werkstukken kan hier een oplossing voor zijn, maar laat eerst de randen hard worden zodat het werk niet vervormt bij het omdraaien.
  • Een dikke wand klei zal eerst langs buiten drogen en dan pas de binnenkant. Hierdoor kunnen barsten ontstaan. Ook zullen uitstekende stukken eerder drogen dan het geheel. Die kunt u afzonderlijk inpakken om gelijkmatiger te laten drogen.
  • Leg platte werken op krantenpapier of een gipsplaat, zo kan het vocht langs onder weg.
  • Het is belangrijk om het werk te laten drogen in een ruime plaats die niet te vochtig, maar ook niet te droog is. Ook beter niet op een plek waar er tocht of een warmtebron aanwezig is, zodat het droogproces gelijkmatig kan verlopen, in een stabiel klimaat. Plaats het werk niet in de zon of te dicht bij een muur. Draai het werk af en toe rond eigen as om alle wanden tegelijk te laten drogen.

Hoe moet ik de klei bewaren?

Klei bewaart het best in een gesloten plastiekzak. Om zeker te zijn dat alles luchtdicht verpakt zit, kunt u alles in een emmer met deksel steken. Zo blijft de klei eindeloos goed. Als de klei te droog wordt kunt u ze bevochtigen en het nog even laten staan zodat het vocht er kan intrekken. Er kan schimmel op de klei komen, maar dit heeft geen nadelige gevolgen voor de bruikbaarheid van de klei. Klei kan niet tegen vrieskou, dus bewaren op een plaats boven 0°C.


Kan ik mijn klei opnieuw gebruiken?

Zolang klei niet gebakken is kan de klei hergebruikt worden. Let wel dat steeds dezelfde kleisoorten bij elkaar gehouden worden, het mengen van verschillende kleisoorten is niet aangewezen.

  1.      Laat de klei volledig uitdrogen. Grote stukken kunnen in kleinere stukken gebroken worden zodat alles goed droogt.
  2.      Doe de uitgedroogde klei in een emmer en zet dit alles onder water. Laat dit enkele dagen staan.
  3.      De klei is volledig uit elkaar gevallen en ligt op de bodem van de emmer. Schep/giet het water weg.
  4.      Stort de kleipap die overblijft op een gipsplaat. Leg onder de gipsplaat latjes waardoor de onderkant kan verluchten. Zo kan de klei sneller opstijven.
  5.      Controleer wanneer de klei kneedbaar is en u deze tot een homogene massa kunt kneden.

Wat is 'walken' van klei?

De bedoeling van walken is om klei die gerecupereerd is opnieuw homogeen en luchtvrij te maken.

  1.      Neem de kneedbare recuperatieklei en snij deze in gelijke stukken met een snijdraad
  2.      Open een nieuw pak klei en snij deze in even grote stukken. Meng de nieuwe klei met de recuperatieklei half om half.
  3.      Sla de twee helften op elkaar en gooi ze een aantal keer op het werkblad.
  4.      Doe dit een 60-tal keer om zeker te zijn dat alle luchtbellen uit de klei zijn.

Walk op een poreus oppervlak. Een onbehandelde houten tafel of een gipsplaat zijn hiervoor het meest geschikt. Om zeker te zijn dat er geen luchtbellen meer in de klei zitten kunt u de klei doormidden snijden met een snijdraad. Klei waar er nog luchtbellen in zitten kunnen scheuren of ontploffen in de oven.

Voor grote hoeveelheden kan dit met een strengenpers gedaan worden.