BTW incl. BTW excl.

Glazuur

Waarom glazuren en welke soorten bestaan er?

Glazuur is een glasachtige substantie die wordt aangebracht op een keramische ondergrond. Het aanbrengen van glazuur kan dienen als:

  • Verfraaiing van het keramisch stuk.
  • Bescherming van het keramisch voorwerp. We denken hierbij aan vb. gebruiksgoed.
  • Om een voorwerp waterdicht te maken. Let wel, bij een goeie kleisamenstelling - steengoedklei of porseleinklei - kan je het werkstuk zo hoog bakken dat het waterdicht wordt. We spreken dan van versinteren.
  • Versterking van het stuk. De mechanische sterkte neemt toe na het glazuren. Glazuur zorgt voor een betere conservering (slijtvast) van gebakken klei en verhoogt de weersbestendigheid.

Bestanddelen
Een glazuur bestaat uit 3 soorten bestanddelen.

  • De glasmakers: siliciumoxyde, bariumoxyde en ook soms fosforpentoxyde.
  • Stabilisatoren: aluminiumoxide, afkomstig uit klei of veldspaten.
  • Vloei- of smeltmiddelen: alkaliën of aardalkaliën.

Maken van een glazuur, engobe, sinterengobe
Weeg de grondstoffen droog af. Gemiddeld neemt men een verhouding van 1 deel poeder op 1 deel vloeistof. Voor engobes geldt de verhouding 1 kg poeder op 0,6 à 0,8 liter vloeistof. Door toevoeging van een hulpstof verbetert de kwaliteit van het glazuur aanzienlijk. Vaak wordt hiervoor Pehatine of CMC gebruikt (maakt poederglazuur of engobe goed kwastbaar en veegvast, heeft een anti craquelerende werking en het voorkomt het uitzakken van het glazuur).
Dus: 1 deel poeder + 1 deel vloeistof (2 delen water + 1 deel Pehatine) = een “goed” glazuur.

Het glazuur moet iets vloeibaarder zijn dan room. De dikte hangt ook af van de manier waarop je het glazuur op het werkstuk zal aanbrengen (dompelen, spuiten, penselen, gieten).

Zeven van glazuur, engobes, sinterengobes
Voor we de glazuur of (sinter)engobe op het werkstuk aanbrengen zullen we die eerst zeven. Er zijn hiervoor speciale zeven, met mesh nummers. Hieronder vind je de nummers van de zeef, de dikte van de zeef in milli-meter en de methode die je erna kan toepassen:

  • 60/80: kwasten, dompelen en gieten
  • 80/100/120: spuiten, kwasten, gieten of dompelen (als een meer homogeen resultaat gewenst is)

Aanbrengen van glazuur
Het aanbrengen van glazuur gebeurt meestal op biscuitgebakken (950°C-1050°C) werkstukken. Het biscuitbakken heeft enkele voordelen:

  • De biscuitbak bevrijdt de scherf van veel vluchtige en schadelijke bestanddelen.
  • Het maakt het werkstuk makkelijker hanteerbaar.
  • Het maakt het werkstuk bestendig tegen het opnieuw bevochtigen met de glazuursubstantie.

Methodes om glazuren aan te brengen
Er zijn verschillende methodes om te glazuren, elke methode vergt veel oefening. Bij kleine voorwerpen is dompelen in het algemeen de beste en snelste
methode. Iets groter, nog hanteerbare voorwerpen kan je doeltreffend overgieten. Hele grote werkstukken worden dan weer het best gespoten of het glazuur kan er ook met een kwast op worden aangebracht.
Voor het spuiten van glazuur heb je een installatie nodig en het aanschaffen van zo een installatie (spuit, compressor, spuitcabine met afzuiginstallatie) is een dure aangelegenheid en je hebt er voldoende plaats voor nodig.


Wat is Pehatine en hoe gebruik ik het?

Pehatine is een  kant en klare toevoeging, een wittige, gladde, dik vloeibare yoghurtachtige substantie. Het heeft naast een goede lijmende werking ook de eigenschappen dat het glazuur of engobes niet laat uitzakken. Het vermindert de vorming van craquelé en maakt een aangemaakte substantie goed kwastbaar zonder het ontstaan van strepen, op zowel gebakken als ongebakken scherf.

Het geeft aan een glazuur of engobe een langer drogingsproces waardoor het oppervlak de tijd krijgt zich volledig strak te trekken. Het is aangemaakt (in een glazuur of engobe) lang houdbaar.

Hoe Pehatine aanmaken

  1. Neem een lege waterfles van 1.5 liter
  2. Giet het flesje pehatine (500 ml) in de fles
  3. Voeg 1 liter water toe
  4. Goed mengen
  5. Gebruiksklaar!

Reken op ongeveer 1 liter aangemaakte pehatine voor 1 kg poederglazuur (afhankelijk van de gewenste dikte). 

Aanmaken van glazuur en engobes

U kunt nu uw glazuur of engobe aanmaken zoals u gewend was. In plaats van water gebruikt u nu de aangemaakte Pehatine, tot de gewenste dikte. Eventueel zeven indien nodig (mesh 60 of 80).

Opbrengen van glazuur en engobes

Met een brede zachte kwast (Japanse spalter of Haké kwast), het glazuur of engobe in één of meerder lagen over elkaar aanbrengen. Elke laag goed laten drogen.


Hoe maak ik een poederglazuur aan?

Poederglazuur wordt aangemaakt met vloeistof + glazuurpoeder.

Om het bezinken van het glazuur tegen te gaan kan je best pehatine toevoegen aan het water (1/3 pehatine en 2/3 water). Hierdoor is het ook makkelijker te kwasten en wordt het glazuur ook veegvast. Dit heeft als voordeel dat er geen vingerafdrukken in de gebakken glazuur staan.

Je kan ook zelf een ‘moederoplossing’ maken in plaats van te werken met water en pehatine. Dit is handig als je een grote hoeveelheid glazuur wilt aanmaken bvb voor het dompelen. Dit komt voordeliger uit dan de kant en klare pehatine, maar het vraagt even tijd om het aan te maken.

Hier vind je het recept:

13 l warm water
20 gr peptapon
20 gr bentone EW
50 gr giessfix
10 cc Noval K

Bereiding:

Neem het warm water
Voeg daar alle droge afgewogen grondstoffen aan toe
Laat 1 nacht staan
Een half uur mixen met de gietkleimixer
Door een zeef van 80 mesh gieten
In gesloten flessen of emmer bewaren

 

Als geheugensteuntje kan je ervan uitgaan dat je 1 kg glazuuurpoeder per liter vloeistof nodig hebt. Begin alvast met een deel aan te maken, je kan nog steeds meer vloeistof toevoegen tot je de gewenste dikte bekomt. Algemeen wordt aangenomen om de dikte van een drinkyoghurt te gebruiken. Kijk vooral wat voor jou het prettigst werkt. De dikte kan verschillen of je gaat kwasten, dompelen of spuiten. Je kan ook werken met een densiteitsmeter zodat je steeds dezelfde dikte hebt. Dit is makkelijk als je steeds met hetzelfde glazuur werkt. Het litergewicht ligt vaak tussen 1.4 à 1.5 kg per liter.

Meng goed en zeef het glazuur (mesh 60 of 80). Poederglazuren met effect ga je best niet zeven want het effect blijft in de zeef hangen. Laat je glazuur een nachtje rusten alvorens je het gaat gebruiken.

Alvorens het glazuur te gebruiken is het best om nog eens flink te doorroeren en te zeven. Bewaar je glazuur steeds in een afgesloten emmer of pot.

 

Nog enkele tips om tot een goed resultaat te komen:

  • We raden aan om je biscuit te stoken op 1000 à 1020°, op deze temperatuur zijn alle gassen uit je klei en heb je minder kans op glazuurfouten. Hou steeds rekening met het stooktemperatuur van je glazuur en de maximum temperatuur van je klei.

  • Zorg dat de bodem van je werk steeds glazuurvij is. Dit kan je doen door koudwas aan te brengen op de delen die niet geglazuurd worden. De koudwas bakt gewoon weg. Zorg ook steeds met een voor een glazuurvrij randje aan de buitenkant, zeker bij lopende glazuren.
     
  • Gebruik voor het kwasten goed absorberende penselen (zoals de haké kwast met reservoir) zodat je lange borstelsteken kan maken
     
  • Voor het spuiten maak je het glazuur best vloeibaarder. Spuit het pistool na gebruik schoon met water en spuit nadien droog met lucht.
     
  • Meestal zijn 2 à 3 lagen voldoende, voor rode glazuren mag je zeker een extra laag aanbrengen.
     
  • Noteer in een boekje welke glazuur je hebt gebruikt, of maak een foto van je werk samen met de verpakking van het glazuur. Het is handig als je later de gebruikte referenties makkelijk terugvindt.

Wat zijn engobes en sinterengobes?

Een engobe is eigenlijk een ingekleurd kleislib en wordt aangebracht op leerharde werkstukken.

Het meest eenvoudige basisrecept: 75% Kaolin + 25% Nepheline Syenite

Kaolin (of Chinaclay) is de zuiverste vorm van porselein, gekend om zijn zeer witte, transparante uitstraling en hoge stooktemperatuur. Nepheline Syenite  (=veldspaat) is een gemengde samenstelling van smeltmiddel en glasvormer. Zorgt voor een goede versmelting tussen engobe en scherf.

Hoe hoger je stookt hoe intenser de kleur zal worden. Bij lagere temperaturen zien de kleuren er vaak poederachtig uit. Toevoeging van oxides en body stains (zie bijlage) zijn hetzelfde als voor de gewone engobe. Je kan het werkstuk eventueel nog glazuren (weet dat het glazuur de uiteindelijke kleur van de engobe zal beïnvloeden.

 

Een sinterengobe is een vorm van engobe maar heeft nog een complexere samenstelling. Er treedt een versintering of verglazing op. Het lijkt alsof er een dun laagje matte glazuur op ligt, soms met spikkels of zandachtige textuur.

Enkele recepten:

Base slip Clarke : Kaolien 40% + Kwarts 35% + Calcium boraat frit 25%
Textured slip : Ball clay 35% + Kaolien 17% + Kwarts 17% + Calcium boraat frit 18% + Zircoon silicaat 4,5% + Bentoniet 7%
Lawton slip : Ball clay (bv. Hyplas 71) 20% + Kaolien 20% + Kwarts 30% + Nepheline syenite 25% + Borax 5% + Bentoniet 2%
EKWC tot 1140°C : Kaolien 23% + Kwarts 22 % + Nepheline syenite 32% + Krijt 15% + Lithium carbonaat 5% + Zink oxide 3%
EKWC tot 1250°C : Kaolien 20% + Kwarts 4% + Nepheline syenite 36% + Krijt 20% + Lithium carbonaat 5% + Molochite  15%


Hoe weet ik de maximum temperatuur van mijn glazuur?

De maximumtemperatuur staat steeds vermeld op de verpakking. Dit in graden Celcius of in Cones.

OVERZICHT CONES/T°

Heating Rate of 108°F Per Hour
Temp. (F°) Temp. (C°)
Cone 022 ................1087°F ........586°C
Cone 021 ................1112°F ........600°C
Cone 020 ................1159°F ........626°C
Cone 019 ................1252°F ........678°C
Cone 018 ................1319°F ........715°C
Cone 017 ................1360°F ........738°C
Cone 016 ................1422°F ........772°C
Cone 015 ................1456°F ........791°C
Cone 014 ................1485°F ........807°C
Cone 013 ................1539°F ........837°C
Cone 012 ................1582°F ........861°C
Cone 011 ................1607°F ........875°C
Cone 010 ................1657°F ........903°C
Cone 09 ................1688°F ........920°C
Cone 08 ................1728°F ........942°C
Cone 07 ................1789°F ........976°C
Cone 06 ................1828°F ........998°C
Cone 05 ................1888°F ........1031°C
Cone 04 ................1945°F ........1063°C
Cone 03 ................1987°F ........1086°C
Cone 02 ................2016°F ........1102°C
Cone 01 ................2046°F ........1119°C
Cone 1 ..................2079°F ........1137°C
Cone 2 ..................2088°F ........1142°C
Cone 3 ..................2106°F ........1152°C
Cone 4 ..................2124°F ........1162°C
Cone 5 ..................2165°F ........1185°C
Cone 6 ..................2232°F ........1222°C
Cone 7 ..................2262°F ........1239°C
Cone 8 ..................2280°F ........1249°C
Cone 9 ..................2300°F ........1260°C
Cone 10 ................2345°F ........1285°C
Cone 11 ................2361°F ........1294°C
Cone 12 ................2382°F ........1305°C

Heating Rate of 270°F Per Hour
Temp. (F°) Temp. (C°)
Cone 022 ................1094°F ........590°C
Cone 021 ................1143°F ........617°C
Cone 020 ................1180°F ........638°C
Cone 019 ................1283°F ........695°C
Cone 018 ................1353°F ........734°C
Cone 017 ................1405°F ........763°C
Cone 016 ................1465°F ........796°C
Cone 015 ................1504°F ........818°C
Cone 014 ................1540°F ........838°C
Cone 013 ................1582°F ........861°C
Cone 012 ................1620°F ........882°C
Cone 011 ................1641°F ........894°C
Cone 010 ................1679°F ........915°C
Cone 09 ................1706°F ........930°C
Cone 08 ................1753°F ........956°C
Cone 07 ................1809°F ........987°C
Cone 06 ................1855°F ........1013°C
Cone 05 ................1911°F ........1044°C
Cone 04 ................1971°F ........1077°C
Cone 03 ................2019°F ........1104°C
Cone 02 ................2052°F ........1122°C
Cone 01 ................2080°F ........1138°C
Cone 1 ..................2109°F ........1154°C
Cone 2 ..................2127°F ........1164°C
Cone 3 ..................2138°F ........1170°C
Cone 4 ..................2161°F ........1183°C
Cone 5 ..................2205°F ........1207°C
Cone 6 ..................2269°F ........1243°C
Cone 7 ..................2295°F ........1257°C
Cone 8 ..................2320°F ........1271°C
Cone 9 ..................2336°F ........1280°C
Cone 10 ................2381°F ........1305°C
Cone 11 ................2399°F ........1315°C
Cone 12 ................2419°F ........1326°C

 


Welke glazuurfouten zijn er en wat kan ik er aan doen?

Haarscheuren
De meest voorkomende verklaring voor haarscheuren is dat de scherf (klei) en het glazuur uitzettingen en contracties hebben die sterk verschillen, waardoor ze eigenlijk niet langer bij elkaar passen. Maar eigenlijk moet aan het eind van het stookproces de glazuurlaag iets ruimer blijven dan het werkstuk (bv de pot) zodat het glazuur onder een geringe spanning komt te staan. Glazuren kunnen in veel grotere mate drukspanning dan trekspanning weerstaan. Als het glazuur tijdens het afkoelen meer krimpt dan de het keramische werkstuk, komt het onder trekspanning te staan en zal het zeker haarscheuren.

Afbladderen van een gebakken glazuur
Het afbladderen van glazuur is eigenlijk het tegengestelde van het haarscheuren van glazuur. Het wordt veroorzaakt omdat het glazuur veel te groot is voor de scherf.
De eenvoudigste remedie is het gehalte aan silicium-oxyde van het glazuur te verlagen om meer krimp te krijgen.
Glazuur dat aan de randen loskomt is een veel voorkomende fout. Dit heeft bij draaiwerk meestal niets te maken met een fout in het glazuur of in de klei, maar met het vervaardigen. Als er teveel kleislib achter blijft op de rand kan dat door een normale druk van glazuur los komen. Het omgekeerde, teveel afsponsen van de rand waardoor te veel chamotte los komt aan de oppervlakte, kan hetzelfde gevolg hebben.

Spit out
Voor deze glazuurfout bestaat geen Nederlandse term. Deze fout komt vooral voor bij decoratie technieken als opglazuur op lage temperatuur. Het veroorzaakt speldenprikken of kleine kratertjes. De oorzaak ligt in het feit dat na de glazuurbak te lang wordt gewacht om het werk af te werken met het opglazuur. Het werkstuk neemt opnieuw vocht op die de fout veroorzaken. Om dit te voorkomen is het aangewezen om het werkstuk terug in de glazuurbak te steken om het vocht kwijt te raken.

Kale plekken door samentrekken van het glazuur
Dit samentrekken van het glazuur kan vele vormen aannemen. Soms trekt het gewoon weg op de randen, soms trekt het over het hele oppervlak samen tot eilandjes. Deze fouten worden normaal allemaal veroorzaakt door een slechte hechting van het glazuur op het oppervlak van het werk. Vooral dekkende glazuren zijn bijzonder vatbaar voor samentrekken, dit omdat de dekkingsmiddelen het glazuur taai maken.
Oplossingen:

  • Een chemische oplossing kan zijn: de hoeveelheid aluminiumoxide (= viscositeit verhogend) afkomstig uit klei of veldspaat verlagen. Tegelijk voer je een verhoging van het siliciumoxyde door ter compensatie van wat door vermindering van klei en veldspaat verdwijnt. In sommige gevallen moeten de gehaltes aan minder heftige vloeimiddelen (magnesium-oxyde en bariumoxyde) verlaagd worden.
  • Zowel het glazuur vóór het bakken als het oppervlak van de biscuit of ruwbak voordat het glazuur wordt aangebracht vergen een nauwkeurige aandacht. Enkele zaken waar je dient op te letten. Fijn of grover stof op de scherf na de biscuitbak weghalen voor je begint te glazuren. Dit kan met een vochtige doek op spons. Laat daarna je werkstuk voldoende drogen vooraleer je het gaat glazuren. Vaak vertoont het oppervlak van een werkstuk op liggende chamottekorels, draaislib (teveel), puntjes of andere oneffenheden waardoor het glazuur niet gelijkmatig of zelfs moeilijk hecht aan de scherf. Vele van deze oneffenheden kunnen vooraf worden weggewerkt met schuurpapier, dremel, of slijpsteentje (onder lopend water).

Zeer slechte oppervlaktes kunnen voor ze worden geglazuurd behandeld worden met een engobe, dit eventueel al voor de biscuitbak. Formule van David Green van een smeltbare engobe om het oppervlak vooraf mee te bewerken:
- gecalcineerde kaolien 80
- veldspaat 10
- plastische klei 10

Speldenprikken, blazen, …
Als de temperatuur tijdens de glazuurbak te snel is opgevoerd, kan een deel van de werkstukken te voorschijn komen met bellen, blazen of speldenprikken in het glazuur. De oorzaak hiervan is het ontsnappen van gassen uit de klei tijdens de krimp van het werk. Meestal verdwijnt het probleem bij het verlengen van de stookcurve tijdens de glazuurbrand. Door het oplopen van de temperatuur te vertragen geef je bellen meer tijd open te barsten en glad te vloeien. Een andere oplossing kan zijn om het stookproces van de biscuitbrand te verlengen. Je moet in principe streven naar een zo hoog mogelijke biscuitbrand waarbij de scherf nog poreus genoeg blijft om het glazuur te laten hechten. Er moet ook voldoende ventilatie zijn in de oven om de koolstofhoudende materialen die tussen 700°C en 900°C vrijkomen te laten ontsnappen.

Belletjes in het glazuur
Een glazuurlaag waarin veel belletjes zitten, is doorgaans weinig slijtvast. Door gebruik worden de belletjes open gekrast. Messen en vorken laten er dan fijne metaaldeeltjes achter. Ook bij het stapelen kunnen de belletjes open gaan.

Ontglazing
Ontglazing kan twee oorzaken hebben. Enerzijds kan het door een te langzame afkoeling tussen 850°C en 700°C, er ontstaan dan ook kristallen in het glazuur. Anderzijds kunnen sommige kleurstoffen ontglazing veroorzaken. In het bijzonder nikkel.

Vastbakken
Het vastbakken van een voorwerp aan de ovenplaat kan makkelijk worden voorkomen. De oorzaak is meestal het niet voldoende afvegen van glazuur langs de onderkant van het werkstuk. Een andere oorzaak kan ook zijn omdat het aandeel vloei- of smeltmiddelen te groot is in het glazuur waardoor het glazuur danig uitvloeit tot op de ovenplaat. Nog een oorzaak kan zijn omdat de voet van een werkstuk te dun is in verhouding met het werkstuk. Hierdoor bezwijkt de voet onder de druk en de grote hitte tijdens de versintering van het werk. Zo zakt het werkstuk wat door en komt de glazuur tot op de ovenplaat waardoor het werk vast komt te zitten aan de ovenplaat.

Scheuren in het werkstuk
We kunnen twee oorzaken naar voor schuiven: Koel-scheuren en bakscheuren. Koelscheuren ontstaan door een te snelle afkoeling van de oven en bijgevolg van de werkstukken en door te hoge drukspanning van het glazuur. Koelscheuren herken je aan de scherpe randen. Het glazuur is reeds uitgesmolten en gestold voor de scheuren ontstaan, het glazuur aan de scheur is dus vlijmscherp. Dit kan vermeden worden door de oven nooit te vroeg te openen. Bij gietwerk dat aan één kant geglazuurd is en waarbij de drukspanning van het glazuur te hoog is, is het aangeraden om het werkstuk volledig te glazuren om de drukspanning te spreiden over het hele werkstuk. Bakscheuren ontstaan door te snelle verhitting. Je herkent de bakscheuren aan de minder scherpe randen omdat de glazuur nog moet smelten op het moment dat de scheur al is ontstaan. Het glazuur vloeit dan ook in de scheur.

Spikkels (ongewild) in het glazuur
Die worden meestal veroorzaakt door miniscule deeltjes ijzer of kleurstoffen (oxides) die in het glazuur zijn terecht gekomen. Dit kan door het gebruik van materialen die zijn die niet schoongemaakt zijn. niet zijn afgekuist. Vuile zeef, slecht uitgewassen spuit, spuitcabine die niet werd uitgewassen en los stof dat door de druk van de spuit opvliegt en op het werkstuk terecht komt, vuile emmers waarin het glazuur wordt aangemaakt, vuile borstels waarmee het glazuur wordt opgeroerd of gezeefd of wordt aangebracht op een werkstuk, oxides die bij andere grondstoffen zijn terechtgekomen omdat dezelfde lepel werd gebruikt om grondstoffen af te wegen, deze opsomming kan oneindig zijn. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen die in hetzelfde atelier werkt een attitude ontwikkelt waarbij een grote zorg wordt gedragen voor het materiaal en de grondstoffen.
Kobalt en ijzer (zeker rode ijzer) zijn moeilijk te verwijderen. Het is ook aangewezen dat de leerlingen die veel glazuren eigen zeven en borstels aanschaffen.

Druppels
Vluchtige glazuurgrondstoffen zetten zich vast aan het dak van de oven langs binnen en aan de ovenplaten. Indien doorheen de tijd veel van deze vluchtige glazuurgrondstoffen zich hebben vastgezet kunnen die bij het bakken ook weer los komen en in druppels op het werk vallen dat in de oven staat. Dit komt echter nauwelijks voor in kleine elektrische ovens, maar kan in zoutovens wel een ware pest zijn of juist mooie effecten geven.